De inwoner dient in staat te zijn tot ‘het normale gebruik van de woning’ ofwel het verrichten van elementaire woonfuncties. Bij de beoordeling of een maatwerkvoorziening Wmo ‘Wonen’ aan de orde is, verstaat het college onder het normale gebruik van de woning, dat:
de woning voor de inwoner toegankelijk is;
een deel van de buitenruimte (tuin of balkon) door de inwoner te bereiken is;
de inwoner het toilet, de badkamer, keuken, woonkamer, slaapkamer en eventueel slaapkamer(s) van jonge kinderen kan bereiken en gebruiken.
Bij de toegankelijkheid tot de woning en de buitenruimte(n) geldt dat één toegang in principe voldoende is. Meerdere toegangen hebben overwegend geen meerwaarde voor de participatie en/of zelfredzaamheid van de inwoner. Van de inwoner mag worden verwacht dat het gebruik van deze ene toegang volstaat. Ruimten als een hobbykamer en de zolder behoren niet tot de essentiële ruimten voor normaal gebruik van de woning.
Ook worden geen aanpassingen vergoed voor voorzieningen met een therapeutisch doel zoals een dialyseruimte en therapeutisch baden. In de praktijk betekent bovenstaande dat het college met de inwoner in gesprek gaat en vragen stelt over hoe de inwoner de woning gebruikt of wil gebruik, of het normaal gebruik is en aan welk doel het precies bijdraagt. Op basis daarvan komt het college tot een oordeel.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.2
Artikel 5.2.1
Normaal gebruik van de woning
Onderdeel van Beleidsregels Wmo en Jeugdhulp gemeente Nieuwegein 2020