Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.2

Artikel 5.2.2

Het afwegingskader

Onderdeel van Beleidsregels Wmo en Jeugdhulp gemeente Nieuwegein 2020

Vanuit de gedachte van eigen kracht mag worden verwacht dat mensen tijdig maatregelen treffen om de woning te kunnen blijven gebruiken, de zogenaamde voorzienbaarheid. Bij het ouder worden en bij toenemende beperkingen, dient men bijvoorbeeld rekening te houden met adequate vervanging van het sanitair of kunnen drempels preventief verwijderd worden. Tegenwoordig zijn er veel voorzieningen die het mogelijk maken om langer zelfstandig te kunnen blijven wonen in de eigen woning. Een groot deel van deze voorzieningen kunnen worden aangemerkt als algemeen gebruikelijk (zie ook paragraaf 3.3.), enkele voorbeelden zijn: Een verhoogde toiletpot Eenvoudige wandbeugels (handgrepen) Hendelmengkranen en thermostatische kranen Een badkamervloer voorzien van anti-slip behandeling of anti-slip bad-/douchematten Een telecom met videoverbinding naar smartphone Kleine drempeloplopen tot 5 cm Een douchestoel/-krukje en/of losse toiletverhogers Een elektrische garagedeur Indien de inwoner van mening is dat een bepaalde voorziening voor hem niet algemeen gebruikelijk is, is het zoals beschreven in paragraaf 3.3 aan hem om aan te tonen dat de voorziening inderdaad niet tot zijn (financiële) mogelijkheden behoort. Het herstructureren of -inrichten van de woning mag van een inwoner verwacht worden omdat hiermee op eigen kracht voor een oplossing wordt gezorgd. Denk bijvoorbeeld aan het verplaatsen van de wasmachine van de zolder naar de benedenverdieping, of indien de inwoner niet meer bij de hoge keukenkastjes kan, het zelf plaatsen van een kast in de keuken die wel te bereiken is. Hiervoor zijn geen aanpassingen vanuit de Wmo nodig. Iedere inwoner is verantwoordelijk voor de keuze die hij maakt omtrent de woning. Zo dient ook bij een eventuele verhuizing rekening te worden gehouden met toekomstige ontwikkelingen en beperkingen die samenhangen met de leeftijd van de inwoner. Wanneer men in de wetenschap van de eigen aandoening en beperkingen verhuist naar een ongeschikte woning (inadequate verhuizing), is het oplossen van eventueel daaruit voortvloeiende belemmeringen iemands eigen verantwoordelijkheid. Het onderzoek, als bedoeld in paragraaf 2.2 zal moeten uitwijzen of er daadwerkelijk sprake is van een inadequate verhuizing. Voorbeelden van een inadequate verhuizing: Een inwoner is rolstoelafhankelijk en woont samen met partner en twee kinderen in een flat. De inwoner verhuist voor de kinderen naar een eengezinswoning met een tuin en vraagt vervolgens een traplift aan. Deze mag geweigerd worden omdat de woning waar de inwoner in woonde haar in staat stelde om toegang te hebben tot de elementaire woonfuncties met haar beperking. Indien een inwoner vanuit een Wlz-instelling naar een familielid verhuist en daar aanspraak doet op Wmo woonvoorzieningen, kan een maatwerkvoorziening Wmo ‘Wonen’ worden geweigerd. Met informatie en advies kunnen inwoners bewust worden gemaakt van diverse mogelijkheden rondom wonen en van de voor- en nadelen van al dan niet verhuizen. In Nieuwegein is hiervoor gratis advies van een wooncoach beschikbaar. Ook kan bekeken worden of het woonconcept ‘verzorgd wonen’ voor de inwoner mogelijk een optie is. Hierbij verhuist de inwoner naar een toegankelijk wooncomplex waar een aantal eenvoudige woningaanpassingen kunnen worden gerealiseerd. Deze wooncomplexen bevinden zich dichtbij allerlei voorzieningen (zoals winkels en zorgcentra) en daarnaast is het concept gericht op sociale interactie tussen de bewoners van het wooncomplex. Het college kan een positief advies uitbrengen voor ‘verzorgd wonen’ waarmee mogelijk voorrang bestaat op een woning volgens de huisvestingsverordening.10Beleidsregels huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019 gemeente Nieuwegein: http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/actueel/Nieuwegein/CVDR624924.html Op het gebied van gebruikelijke hulp kan gedacht worden aan het herverdelen van taken binnen het gezin zodat een woningaanpassing niet nodig is. Zo is er mogelijk voor de inwoner met een beperking geen noodzaak tot het zelf bereiden van de maaltijden omdat dit door andere personen binnen het huishouden kan worden overgenomen en hoeft de keuken niet te worden aangepast. Verder onderzoekt het college of het sociaal netwerk kan helpen bij het oplossen van het probleem. Zo kan de buurman wellicht helpen met het monteren van een beugel bij het toilet, of kan de algemene klussendienst worden ingeschakeld. Voor een kortdurende ondersteuningsbehoefte (maximaal zes maanden) zijn losse woonvoorzieningen (zoals een douchestoel) te leen via de uitleendepots van thuiszorgaanbieders of hulpmiddelenleveranciers, dit valt als andere voorziening onder de Zorgverzekeringswet.

Rechtspraak bij dit artikel