Wanneer er geen andere mogelijkheden zijn om het verplaatsingsprobleem op te lossen en de ondersteuningsbehoefte langdurig is, kan een rolstoel als maatwerkvoorziening Wmo worden toegekend. Voor deze maatwerkvoorziening geldt geen eigen bijdrage. Er zijn diverse typen rolstoelen denkbaar. Bij de selectie van het type rolstoel wordt onder andere gekeken:
hoe vaak en voor werk doel de rolstoel wordt gebruikt (de verplaatsingsbehoefte);
wat de fysieke mogelijkheden van de inwoner zijn om een rolstoel zelf voort te bewegen;
of de inwoner de rolstoel zelf moet kunnen voortbewegen of dat het volstaat als een ander de rolstoel voortbeweegt;
of de inwoner in staat is om de rolstoel (veilig) zelf te besturen ingeval het een elektrische rolstoel betreft.
Geprobeerd wordt om een inwoner, binnen zijn fysieke mogelijkheden en indien dit past binnen de medische behandeling, zijn fysieke spierkracht te laten gebruiken (zodat het gebruik van een rolstoel geen anti-revaliderend effect heeft).
In het geval van een minderjarige kan soms een aangepaste buggy of kinderduwwandelwagen als maatwerkvoorziening Wmo worden toegekend. Dit is alleen mogelijk wanneer uit het onderzoek blijkt dat een reguliere buggy of kinderduwwandelwagen niet voldoet, bijvoorbeeld vanwege de leeftijd of beperkingen van de minderjarige. Indien nodig worden er in opdracht van het college door de leverancier individuele aanpassingen aangebracht aan de rolstoel. Deze kunnen bestaan uit bijvoorbeeld zit-, rug en ondersteuningsdelen, bediening en/of besturing. Het college onderzoekt de situatie en stelt, eventueel samen met een ergo- of fysiotherapeut, een functioneel pakket van eisen op waarin de noodzakelijke functionaliteiten van de rolstoel/buggy worden vastgelegd. Aanvullende wenselijke aanpassingen en/of accessoires worden niet vergoed, maar kunnen eventueel op eigen kosten worden aangeschaft/toegevoegd.
Een individuele rolstoel wordt in principe alleen verstrekt indien ‘dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning’ noodzakelijk is. Rolstoelen voor het zogenaamde ‘incidentele’ gebruik, waarbij de rolstoel in de auto wordt meegenomen om bij het winkelen of bij uitstapjes te gebruiken, vallen niet onder dit te bereiken doel. De inwoner kan in dergelijke situaties gebruik maken van de uitleen op grond van de Zvw of van rolstoelen die te tijdelijk te leen zijn op verschillende bestemmingen, zoals het ziekenhuis of in een dierentuin.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.3
Artikel 5.3.2
Een rolstoel
Onderdeel van Beleidsregels Wmo en Jeugdhulp gemeente Nieuwegein 2020