In Nederland gebruiken de meeste mensen een fiets om zich te verplaatsen over korte- en middellange afstanden. Het is een veelvoorkomende algemeen gebruikelijke voorziening.
Ook een fiets met lichte trapondersteuning (een elektrische fiets), een (elektrische) tandem, een snorfiets of bromfiets en bijvoorbeeld een fiets met een lage instap zijn voorzieningen die als algemeen gebruikelijk worden beschouwd. Ze zijn niet speciaal ontwikkeld voor personen met een beperking, algemeen verkrijgbaar (al dan niet tweedehands) en kunnen voor een persoon zonder beperkingen in een financieel vergelijkbare positie gerekend worden tot het normale aanschaffingspatroon.
Anders geldt dit voor fietsen zoals de driewielfiets voor volwassenen, een duofiets (ouder-kind) en een handbike, die speciaal ontworpen en bestemd zijn voor mensen met een beperking, alleen bij gespecialiseerde bedrijven worden verkocht en daardoor vaak ook veel duurder zijn dan een standaard fiets. Deze zogeheten aangepaste fietsen of fietsvoorzieningen zijn geen algemeen gebruikelijke voorzieningen.
Om in aanmerking te komen voor een aangepaste fiets of fietsvoorziening op grond van de Wmo, moet in aanvulling op hetgeen gesteld is in paragraaf 5.4.1, uit het onderzoek blijken dat er een medische grondslag is die maakt dat een algemeen gebruikelijk alternatief in de situatie van de inwoner niet volstaat en dat de inwoner in staat is om de beoogde aangepaste fiets of fietsvoorziening veilig te gebruiken. Tot slot moet de inwoner zelf zorgen voor een adequate stallingsmogelijkheid (een afgesloten ruimte zoals een schuur, garage of hal van de woning waarmee de fiets/ -voorziening beschermd wordt tegen weersinvloeden, vernieling en diefstal). Het (nog) niet beschikken over een fiets of nog niet kunnen fietsen zijn geen redenen om een aangepaste fiets of fietsvoorziening als maatwerkvoorziening Wmo Vervoer te verstrekken.
Hoe wordt omgegaan met ondersteuningsvragen bij het lokaal en regionaal verplaatsen van kinderen, staat beschreven in paragraaf 5.4.6.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.4
Artikel 5.4.2
Een aangepaste fiets
Onderdeel van Beleidsregels Wmo en Jeugdhulp gemeente Nieuwegein 2020