Voor het verminderen of wegnemen van een vervoersprobleem bij het afleggen van middellange afstanden, kan een Wmo-vervoerspas voor de regiotaxi als maatwerkvoorziening Wmo ‘Vervoer’ worden toegekend. De regiotaxi is een systeem van collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV) dat met (rolstoel)busjes en taxi’s vervoer van deur tot deur/halte (en visa versa) biedt voor iedere inwoner van Nieuwegein. Het commerciële tarief (voor iedere inwoner) ligt boven dat van het openbaar vervoer, maar onder dat van een reguliere taxi.
Een inwoner kan een loophulpmiddel, rolstoel of scootmobiel meenemen in de regiotaxi, de inwoner krijgt hier dan een speciale aantekening van in het reizigersbestand. Ook kan één medereiziger tegen hetzelfde tarief meereizen. De Wmo-vervoerspas voor de regiotaxi mag niet worden gebruikt voor vervoer van en naar de dagbesteding of de recreatieve activering. Vervoer van en naar de recreatieve activering en dagbesteding is door de gemeente op een andere manier georganiseerd/ingekocht in het geval de inwoner daar niet zelf in kan voorzien. Zie paragraaf 5.7.3 en paragraaf 5.7.4.
De hoogte van het tarief van Wmo-vervoerspashouders wordt jaarlijks bij collegebesluit vastgesteld en gecommuniceerd. De periode waarvoor de Wmo-vervoerspas wordt toegekend wordt, samen met eventuele andere voorwaarden, vastgelegd in de beschikking.
Een inwoner kan een loophulpmiddel, rolstoel of scootmobiel meenemen in de regiotaxi, de inwoner krijgt hier dan een speciale aantekening van in het reizigersbestand. Ook kan één medereiziger tegen hetzelfde tarief meereizen. De Wmo-vervoerspas voor de regiotaxi mag niet worden gebruikt voor vervoer van en naar de dagbesteding. Indien vervoer van en naar een dagbesteding noodzakelijk is, kan hiervoor bij de maatwerkvoorziening Dagbesteding Plus een aparte indicatie worden afgegeven, zie paragraaf 5.7.3.
Kilometerbudget
Het kilometerbudget betreft het aantal kilometers dat een inwoner in één jaar maximaal tegen gereduceerd tarief op vertoon van de Wmo-vervoerspas met de regiotaxi kan reizen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een klein, midden en groot kilometerbudget. Het oordeel van het college om een klein, midden of groot kilometerbudget toe te kennen, hangt af van:
De vervoersbehoefte in relatie tot het vervoersprobleem van de inwoner en het doel waarvoor de maatwerkvoorziening wordt toegekend.
De mate waarin de ondersteuningsvraag op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, hulp van personen uit het sociaal netwerk, algemeen gebruikelijke, andere en/of algemene voorzieningen kan worden opgelost.
Eventuele andere maatwerkvoorzieningen Wmo ‘Vervoer’ die zijn of worden toegekend.
Voor het vaststellen van de hoogte van het kilometerbudget, hanteert het college onderstaande tabel als richtlijn. Kilometers die in een jaar niet worden benut, kunnen niet worden toegevoegd aan het budget van het jaar daarop.
Soorten kilometerbudget
Omschrijving
Klein
(0-300 kilometer per jaar)
Inwoner is slechts sporadisch afhankelijk van de regiotaxi.
Inwoner is in staat middellange afstanden grotendeels op eigen kracht af te leggen en/of daarvoor gebruik te maken van voorzieningen zoals beschreven in paragraaf 5.4.1.
Midden
(300- 750 kilometer per jaar)
Inwoner is deels afhankelijk van de regiotaxi.
Inwoner kan (delen van de) afstanden afleggen op eigen kracht en/of gebruik te maken van voorzieningen zoals beschreven in paragraaf 5.4.1, maar is voor (delen van de) afstanden ook afhankelijk van de regiotaxi.
Inwoner beschikt over een maatwerkvoorziening Vervoer waarmee (delen van de) afstanden kunnen worden afgelegd.
Denk aan een aangepaste fiets/ scootmobiel.
Groot
(750-1500 kilometer per jaar)
Inwoner is volledig afhankelijk van de regiotaxi. Bijvoorbeeld als gevolg van zijn beperkingen of omdat hij geen of slechts in beperkte mate gebruik kan maken van voorzieningen zoals staat in paragraaf 5.4.1.
Wanneer een inwoner gedurende de looptijd van beschikking van mening is dat het budget niet toereikend is, dan is het aan de inwoner om aan de hand van concrete en verifieerbare gegevens aan te tonen dat hij een groter kilometerbudget nodig heeft.
Individueel vervoer per regiotaxi
De regiotaxi is vraagafhankelijk collectief vervoer. Dit betekent dat op afroep (vraagafhankelijk) meerdere mensen tegelijk (collectief) met een zelfde voertuig vervoerd worden naar hun bestemmingen. Het maximaal aantal personen dat in één voertuig tegelijk wordt vervoerd, bedraagt acht personen (taxibus). Naast dit vervoer per taxibus, kunnen mensen met de regiotaxi ook met een personenauto (taxi) of een rolstoeltaxibus worden vervoerd. In de uitzonderlijke situatie dat iemand vanwege zijn beperking niet met anderen kan/mag reizen, kan een indicatie voor individueel vervoer per regiotaxi worden afgeven. Tijdens de ritten vindt dan geen combinatie plaats met andere reizigers, tenzij het een meereizende van de persoon betreft.
Wagenziekte wordt niet gezien als medische noodzaak tot individueel vervoer. Met een indicatie ‘voorin zitten’ kan een persoon met wagenziekte vaak passend per personenauto (taxi) alsnog met twee andere passagiers gecombineerd worden vervoerd.
Reizen met medisch begeleider
Indien er medische noodzaak is voor het meereizen van een begeleider, kan het college hiervoor een indicatie afgegeven. Dit geldt alleen in situaties waarin medische handelingen nodig zijn tijdens de rit. De begeleider reist gratis mee. Als men een dergelijke indicatie heeft, mag de inwoner niet meer zonder begeleider reizen. Het college kan ten behoeve van een indicatie ‘reizen met medisch begeleider’ onafhankelijk medisch advies inwinnen.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.4
Artikel 5.4.4
Wmo vervoerspas regiotaxi (collectief vervoer)
Onderdeel van Beleidsregels Wmo en Jeugdhulp gemeente Nieuwegein 2020