Wanneer een maatwerkvoorziening wordt toegekend, verstrekt het college de goedkoopst passende maatwerkvoorziening. Bij een vervoersprobleem op de middellange afstanden, is het collectief vervoer (regiotaxi) in veruit de meeste gevallen de goedkoopst passende maatwerkvoorziening Wmo ‘Vervoer’. In sommige situaties is het echter denkbaar dat dit niet de best passende vorm van vervoer is of het goedkoopst (op de lange termijn). Bijvoorbeeld bij een kind van elf jaar met een fysieke beperking die voor zijn maatschappelijke participatie (bijv. familiebezoek) meer baat heeft bij een autoaanpassing dan een Wmo-vervoerspas voor de regiotaxi. Collectief vervoer biedt in dergelijk geval vaak geen passende oplossing voor structureel vervoer van het gehele gezin. In dit soort situaties kan de ‘Financiële tegemoetkoming in de kosten van individueel vervoer’ als goedkoopst passende maatwerkvoorziening worden toegekend om de eigen (gezins-)auto aan te passen. De aan te passen auto moet de investering waard zijn en mag daarom in de regel niet meer dan vijf jaar oud zijn. In sommige gevallen is ook bij een oudere auto een aanpassing mogelijk. Dit hangt af van de soort aanpassing, de overplaatsbaarheid daarvan en de kilometerstand. Voor de gebruikstermijn van de aanpassing wordt uitgegaan van minimaal zeven jaar.
In het besluit staat beschreven hoe de hoogte van de financiële tegemoetkoming in de kosten van individueel vervoer voor het aanpassen van de eigen auto, wordt bepaald. Wanneer een auto is aangepast, wordt niet ook een vergoeding voor bijvoorbeeld de reiskosten toegekend. De kosten van het gebruik van de eigen (aangepaste) auto zijn dan algemeen gebruikelijk. Het betreft kosten die een ieder, ook een persoon zonder beperking heeft aan vervoer. Denk aan benzinekosten, kosten voor onderhoud/reparatie, verzekering etc.
Ook is het denkbaar dat een inwoner met een vervoersprobleem op de korte afstanden een eigen auto voor de deur heeft staan en deze ook voor de korte afstanden kan/wil gebruiken. Het college onderzoekt of de inwoner daadwerkelijk meerkosten heeft ten opzichte van personen zonder beperkingen omdat de inwoner ook voor korte afstanden aangewezen is op het gebruik van eigen auto en of dit kan worden aangemerkt als de goedkoopst passende oplossing. Zoals gezegd beperkt de tegemoetkoming zich tot de kosten van het bovengebruikelijk gebruik van de eigen auto voor de korte afstanden. In het besluit staat beschreven hoe de hoogte van de financiële tegemoetkoming voor het gebruik van de eigen auto voor korte afstanden als individueel vervoer, wordt bepaald.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.4
Artikel 5.4.5
Financiële tegemoetkoming in de kosten van individueel vervoer
Onderdeel van Beleidsregels Wmo en Jeugdhulp gemeente Nieuwegein 2020