Wanneer mantelzorg een bijdrage levert of kan leveren bij het verminderen of wegnemen van de ondersteuningsvraag van een inwoner, onderzoekt het college ook of de mantelzorger niet overbelast is of op korte termijn dreigt te raken. Het is daarbij tevens van belang of het een kortdurende of langdurige ondersteuningsbehoefte betreft (zie paragraaf 2.2.5).
In het kader van eigen kracht wordt gekeken naar wat beide partijen zelf kunnen doen om ervoor te zorgen dat de mantelzorger zijn taken vol kan blijven houden. Is het beroep dat de inwoner op zijn mantelzorger doet reëel? Is de mantelzorger in staat om zijn grenzen aan te geven? Binnen het sociaal netwerk kan geïnventariseerd worden in hoeverre de taken die de mantelzorger verricht zijn te verdelen over andere beschikbare personen. Onderzocht zal moeten worden hoe groot het sociaal netwerk van de inwoner is, hoe de taakverdeling binnen dit netwerk is en of hierin verandering mogelijk is. Zijn er meer mensen binnen het sociaal netwerk te activeren zodat de (dreigend) overbelaste mantelzorger in staat is de taken langer vol te houden. Er zijn diverse instanties die kunnen ondersteunen bij het in kaart brengen en helpen activeren van het eigen netwerk. Ook kan gedacht worden aan het inzetten van algemene voorzieningen, om de inwoner en mantelzorger te ondersteunen, zoals:
Informatie en advies aan de mantelzorger. Bijvoorbeeld informatie en advies over het ziektebeeld, over de omgang met de inwoner en mogelijkheden om werk en zorg te combineren. Organisaties/ disciplines die hiervoor ingeschakeld kunnen worden zijn onder andere; Steunpunt Mantelzorg Nieuwegein, de Mantelzorgmakelaar, onafhankelijke cliëntondersteuning, ergotherapie, de welzijnscoach, dementieconsulent, of de wijkverpleegkundige.
Emotionele ondersteuning. Denk hierbij aan lotgenotencontact of mensen die een luisterend oor kunnen bieden. Bijvoorbeeld door het bezoeken van het Parkinson of Alzheimer Café.
Praktische ondersteuning. Hierbij gaat het om overname van taken door een vrijwilliger/ maatje, zodat de mantelzorger de mogelijkheid heeft om iets voor zichzelf te ondernemen. Ook kan de vrijwilliger worden ingezet om bijvoorbeeld een boodschap te doen, de inwoner te begeleiden bij een ritje naar het ziekenhuis, of kortdurend overnemen van het toezicht (‘oppassen’). Een ander voorbeeld van praktische ondersteuning is de Huishoudelijke Hulp Toelage regeling (HHT) voor mantelzorgers. Inwoners van Nieuwegein die mantelzorg leveren kunnen hier aanspraak op maken. Wanneer zij staan ingeschreven bij het Steunpunt Mantelzorg Nieuwegein, kunnen zij gebruik maken van 18 uur huishoudelijke ondersteuning per jaar. Het idee hierachter is dat zij vaak zo druk zijn met het mantelzorgen dat hun eigen huishouden erbij inschiet. Dit is een kleine tegemoetkoming ter ondersteuning en waardering van hun inzet.
Verder wordt bij het afwegingskader beoordeeld of er mogelijkheden zijn binnen een ander wettelijk kader (andere voorziening) waarmee de zorgzwaarte voor de mantelzorger kan worden verminderd, denk bijvoorbeeld aan wijkverpleging vanuit de Zvw.
De definitie van mantelzorg in de Wmo is beperkt tot hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang. Daarmee vallen mantelzorgers die hulp verlenen aan personen die zorg op grond van de Wlz ontvangen, niet onder de reikwijdte van de taak van de gemeente met betrekking tot mantelzorgers.
Indien er na toepassing van het afwegingskader nog geen afdoende oplossing is voor de ondersteuningsvraag kan er mogelijk ondersteuning nodig zijn in de vorm van maatwerk. Bijvoorbeeld het kortdurend inzetten van de maatwerkvoorziening individuele begeleiding (begeleiding), zie paragraaf 5.6.3) met als doel netwerkversterking/verbreding. Daarnaast zijn er de mogelijkheden van het inzetten van dagbesteding (de maatwerkvoorziening Dagbesteding Plus, zie paragraaf 5.7.3) en respijtzorg.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.5
Artikel 5.5.1
Het afwegingskader
Onderdeel van Beleidsregels Wmo en Jeugdhulp gemeente Nieuwegein 2020