Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.8

Artikel 5.8.4

Tijdelijk beschermd wonen LVB

Onderdeel van Beleidsregels Wmo en Jeugdhulp gemeente Nieuwegein 2020

Inwoners met een licht verstandelijke beperking die nog niet zelfstandig kunnen wonen, kunnen in aanmerking komen voor de maatwerkvoorziening Wmo ‘Tijdelijk beschermd wonen LVB 18+’ . Concreet gaat het om inwoners die aan de volgende vereisten voldoen: De inwoner is 18 jaar of ouder. De inwoner heeft een IQ tussen 50 en 85 met een beperkt sociaal aanpassingsvermogen en bijbehorende problemen. De inwoner heeft een behoefte aan een beschermende woonomgeving om verslechtering van de situatie te voorkomen en/of verbetering te bereiken. Ambulante begeleiding en/of dagbesteding schieten tekort. De inwoner heeft zorg in de nabijheid (een vorm van 24-uurs toezicht en begeleiding) nodig, omdat risico’s nog onvoldoende kunnen worden ingeschat en niet adequaat en op tijd hulp wordt gevraagd met als gevolg het risico op (zelf)verwaarlozing of overlast. De inwoner is gemotiveerd om te verblijven en begeleiding te ontvangen. De maatwerkvoorziening biedt een beschermende lerende woonomgeving met 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Hiermee wordt beschikbaarheid van zorg bedoeld, op zowel geplande als ongeplande zorgmomenten. Het leren omgaan met de beperkingen staat voorop bij het verbeteren van het functioneren. Het beoogde doel is zelfstandig wonen, al dan niet met ambulante begeleiding. Maar het is ook mogelijk dat uitgestroomd wordt naar een Wlz-plek met een Wlz-indicatie, naar de thuissituatie of beschermd wonen. Dagactiviteiten maken geen onderdeel uit van de deze maatwerkvoorziening. Indien de inwoner is aangewezen op een vorm van georganiseerde dagactiviteiten, met als doel de zelfredzaamheid, de cognitieve capaciteiten en de vaardigheden zoveel mogelijk te handhaven en/of de gedragsproblematiek te reguleren kan dit apart als maatwerkvoorziening worden toegekend (zie paragraaf 5.7.2 en 5.7.3). De duur van de uiteindelijke indicatie hangt af van onder andere de leerbaarheid en het ontwikkelingsperspectief van de inwoner en het sociaal netwerk. De indicatie kan totaal maximaal twee jaar zijn. Na één jaar verblijf evalueert de aanbieder samen met de inwoner/betrokkenen of verlenging met een half jaar tot maximaal een jaar (dus naar twee jaar) noodzakelijk is. Onderdeel van dit evaluatiemoment is het opstellen van plan van aanpak waarin de stappen worden beschreven die nodig zijn voor uitstroom. De toegang tot deze maatwerkvoorziening is ook belegd bij het college. Tot slot geldt dat ook deze maatwerkvoorziening een pilot betreft. Dit betekent dat gemonitord wordt of de doelen waarvoor de maatwerkvoorziening wordt ingezet naar tevredenheid van het college worden behaald en wat nog eventuele verbeterpunten zijn in de uitvoering.

Rechtspraak bij dit artikel