Aan inwoners die door hun (psychiatrische) beperkingen en/of psychosociale problemen (tijdelijk) niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving, kan zoals gesteld in de inleiding van deze paragraaf ook ondersteuning vanuit de Wmo worden geboden in de vorm van Beschermd Wonen (BW) en Maatschappelijke Opvang (MO). Bij beide wordt een veilige, afgeschermde woon- en leefomgeving geboden met begeleiding die gericht is op het stabiliseren van de situatie en herstel van de zelfredzaamheid en participatie.
Ondanks dat de doelgroep van BW en MO elkaar deels overlapt, is er wel degelijk een verschil in de soort problematiek en ondersteuningsvraag, en de soort maatwerkvoorzieningen. Bij beschermd wonen betreft de ondersteuning een langere periode met intensieve begeleiding voor mensen met een GGZ achtergrond. Maatschappelijke opvang betreft het bieden van tijdelijk onderdak (in de regel korter dan 6 maanden) aan een bredere doelgroep van inwoners die (tijdelijk) problemen hebben op meerdere levensgebieden. Altijd staat de ondersteuningsvraag van de inwoner centraal. Er wordt gestreefd om met de ondersteuning (zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig) een zo optimaal mogelijk resultaat te behalen als het gaat om uitstroom en terugkeer naar een zelfstandig leven. De maatwerkvoorziening individuele begeleiding met wonen zoals beschreven in paragraaf 5.8.2, kan de inzet van ondersteuning vanuit BW of MO voorkomen, maar kan eveneens worden ingezet wanneer een inwoner vanuit een BW of MO traject terugkeert naar de thuissituatie.
De toegang tot BW en MO is in tegenstelling tot de eerder beschreven maatwerkvoorzieningen in deze paragraaf, belegd bij centrumgemeente Utrecht via de Regionale Toegang15Zie voor meer informatie over het afwegingskader en de (toegangs)criteria de beleidsregels Wmo gemeente Utrecht 2020, Beleidsregels Wmo 2020 van centrumgemeente Utrecht (U16)16Samenwerkingsverband tussen 16 verschillende gemeenten in de regio Utrecht.. De komende jaren komen vanwege door-decentralisatie de taken op het gebied van BW en MO gefaseerd onder de verantwoordelijkheid van de regiogemeenten, waaronder Nieuwegein te vallen17Vanaf januari 2022 is Nieuwegein verantwoordelijk voor nieuwe instroom van inwoners in BW. Over de door-decentralisatie van MO wordt naar verwachting in 2025 beslist..
Een melding door een inwoner voor ondersteuning in de vorm van BW of MO gebeurt meestal met behulp van een toeleider. Een toeleider kan zijn: hulpverlener uit de ggz-zorg, Stadsteam Herstel, forensische zorg of GIA-opvang (geweld in afhankelijkheidsrelaties), de huisarts, betrokken aanbieders vanuit een maatwerkvoorziening individuele begeleiding of een gemeente (sociaal wijkteam).
De toeleider dient samen met de inwoner een gemotiveerde aanvraag met duidelijk ondersteuningsplan voor BW of MO in. Via de Regionale Toegang vindt weging en toetsing plaats van de aanvraag volgens het beleid van de gemeente Utrecht.
Enkele belangrijke criteria zijn dat er geen lichtere of ambulante vormen van Wmo-ondersteuning mogelijk zijn, er geen aanspraak bestaat op een andere voorziening (ondersteuning vanuit de Wlz of Zvw) en er een duidelijke (sociale/ economische) binding is met de regio. Indien een inwoner voldoet aan alle toetsingscriteria wordt deze toegewezen aan een aanbieder (van voorkeur).
Aan de Regionale Toegang is een veldtafel gekoppeld waar complexe casussen worden besproken en overleg plaatsvindt over de juiste plaatsing. Deelnemers aan de veldtafel zijn toeleiders, ggz-instellingen en aanbieders voor MO en BW onder voorzitterschap van de gemeente Utrecht.
De voorzitter neemt het definitieve besluit (toewijzing dan wel afwijzing). De aanbieder waar de inwoner geplaatst wordt, heeft een acceptatieplicht en dient vanaf het moment van plaatsing zorg te leveren, inclusief het regelen van eventuele overbruggingszorg als er een wachtlijst is. Overbruggingszorg is dus een taak van de centrumgemeente, ook als de inwoner al van een andere aanbieder individuele begeleiding als maatwerkvoorziening ontvangt.
Preventie, (signalering) en nazorg rondom BW en MO belegd bij de regiogemeenten. Er wordt per situatie bekeken wat de rollen zijn van de centrumgemeente en Nieuwegein als regiogemeente. Ook over de uitstroom (als een inwoner vanuit een beschermde woonvorm naar een zelfstandige woning gaat) is afstemming tussen de centrum- en betreffende regiogemeenten noodzakelijk.
Hieronder volgt voor zowel beschermd wonen als maatschappelijke opvang een korte beschrijving van de ondersteuning die geboden wordt. Voor een volledige uitwerking van BW en MO, inclusief de toekenningscriteria, wordt verwezen naar de beleidsregels Wmo van de gemeente Utrecht.
Beschermd wonen
Beschermd wonen is gericht op het bieden van een veilige, afgeschermde woon- en leefomgeving aan inwoners die door hun psychiatrische beperkingen (tijdelijk) niet in staat zijn zelfstandig te leven en mogelijk een gevaar vormen voor zichzelf of anderen.
De (interne) begeleiding is gericht op het bevorderen van het psychische en psychosociaal functioneren en het stabiliseren van het psychiatrische ziektebeeld (incl. verslaving), allen ten behoeve van het bevorderen en herstel van (een zo hoog mogelijk niveau van) zelfredzaamheid18Het gaat om het vergroten van de zelfredzaamheid op de levensgebieden: huisvesting en het op orde houden van de woonruimte, werk en opleiding, inkomen en budgetbeheer, activering en persoonlijke ontwikkeling, het voeren van een huishouden en een administratie, aangaan, herstellen en onderhouden van sociale relaties, opbouwen van een sociaal netwerk, geestelijke en lichamelijke gezondheid, het structureren van de dag, vaardigheden bij activiteiten van het dagelijkse leven (ADL). en participatie. Er zijn drie niveaus van ondersteuning, van licht naar zwaar; beschermd thuis, beschermd verblijf en beschermd wonen. De intensiteit, de woonvorm en het accent van de begeleiding is verschillend per vorm van ondersteuning, hieronder worden de drie verschillende maatwerkvoorzieningen beschermd wonen kort toegelicht.
1.Beschermd Thuis
Beschermd thuis is bedoeld voor inwoners die zelfstandig (kunnen) wonen, maar daarbij (zeer) intensieve gespecialiseerde begeleiding nodig hebben. De begeleiding varieert van gemiddeld 6 uur per week (intensief) tot gemiddeld 10 uur per week (zeer intensief), is flexibel inzetbaar (ook ongepland) en dient 24/7 op afroep in 30 minuten beschikbaar te zijn. De intensiteit van begeleiding is afhankelijk van de ernst van de psychiatrische kwetsbaarheid en van de gedragsproblematiek, en de mate van instabiliteit daarin. Inwoner betaalt zelf de huur en overige woonlasten. Omdat de inwoner zelfstandig woont, wordt de begeleiding afgestemd met omwonenden. Ook om escalatie van problemen voor de inwoner en/of zijn omgeving te voorkomen. Inzet van de maatwerkvoorziening Beschermd Thuis heeft tot doel de inwoner in staat te stellen zelfstandig te wonen en een zo hoog mogelijke mate van zelfredzaamheid te bereiken en te behouden. Zodra de inwoner in staat is om zonder de 24-uurs zorgstructuur zelfstandig te kunnen wonen, kan lichtere begeleiding vanuit de lokale Wmo worden ingezet (maatwerkvoorziening individuele begeleiding).
2.Beschermd verblijf
Beschermd verblijf is bedoeld voor inwoners die (nog) niet zelfstandig kunnen wonen en intensieve gespecialiseerde begeleiding in een 24-uursvoorziening nodig hebben. De ondersteuningsvraag is dermate intensief dat de begeleiding flexibel wordt ingezet en 24/7 beschikbaar is, er is minimaal 24-uurstoezicht in de nabijheid. De inwoner woont op een locatie van een instelling met 24-uurszorg, geclusterd onzelfstandig of geclusterd zelfstandig en betaalt geen woonlasten. Binnen de 24-uursvooziening wordt gewerkt naar een mogelijke volgende stap van zelfstandiger wonen (Beschermd Thuis), en het vergroten van de eigen regie. Het kan ook zijn dat stabilisatie van de mate van zelfredzaamheid voorop staat.
3.Beschermd wonen (bovenregionaal)
Beschermd wonen is bedoeld voor inwoners die niet zelfstandig kunnen wonen en naast gespecialiseerde begeleiding in een 24-uursvoorziening een specifieke ondersteuningsvraag hebben en/of een specifieke benadering en/of setting nodig hebben die niet lokaal of regionaal kan worden geboden. De ondersteuningsvraag is dermate complex dat begeleiding intensief en veelvuldig ongepland noodzakelijk is en deze sterk kan fluctueren. De begeleiding wordt daarom flexibel ingezet en is 24/7 aanwezig. De inwoner woont op een locatie van een instelling met 24-uurszorg en betaalt geen woonlasten. Het doel dat wordt beoogd is het bereiken en behouden van een zo groot mogelijke mate van zelfredzaamheid. Waar mogelijk wordt toegewerkt naar uitstroom naar Beschermd Verblijf, Beschermd thuis of een andere lichtere ondersteuningsvorm.
Maatschappelijke opvang
Bij maatschappelijke opvang gaat het om het bieden van (tijdelijke) opvang aan inwoners die, al dan niet gedwongen, de thuissituatie hebben verlaten, en (tijdelijk) niet in staat zijn om zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. De doelgroep van de Maatschappelijk Opvang is breder dan die van Beschermd Wonen en is zeer divers. Maatschappelijke Opvang is er voor inwoners die door een life-event (zoals echtscheiding, ziekte, schulden etc.) tijdelijk begeleiding nodig hebben maar ook voor (ex-)verslaafden, zwerfjongeren en psychiatrisch patiënten die hulp voor hun problemen weigeren maar wel een bed en/of rust nodig hebben.
Maatschappelijke opvang betreft verblijf in een opvanginstelling of instellingswoning met daarbij stabiliserende begeleiding. Utrecht is als centrumgemeente meestal de gemeente waar maatschappelijke opvang aan dakloze inwoners uit Nieuwegein geboden wordt. In IJsselstein is een maatschappelijke opvang (de Boka) die vooral inwoners uit de Lekstroom gemeenten opvangt, ook deze voorziening valt nog onder de verantwoordelijkheid van Utrecht.
Het college heeft zich aangesloten bij het Convenant Landelijke Toegankelijkheid Maatschappelijke Opvang dat is opgesteld door de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten). Hierin zijn afspraken vastgelegd over de wijze waarop gehandeld wordt wanneer een persoon zich meldt voor Maatschappelijke Opvang. De bijbehorende beleidsregels die ook door het college van Nieuwegein zijn vastgesteld, zijn apart gepubliceerd19Beleidsregels landelijke toegankelijkheid maatschappelijke opvang Nieuwegein.. Hieronder worden kort de belangrijkste elementen van deze reeds vastgestelde beleidsregels toegelicht.
Centraal staat dat de (centrum)gemeente waar iemand zich meldt voor de eerste opvang (meestal nachtopvang) ook daadwerkelijk de eerste opvang biedt en daarna onderzoekt in welke gemeente een traject Maatschappelijke Opvang de grootste kans van slagen heeft, dat wil zeggen; het meeste kan bijdragen aan de zelfredzaamheid en participatie (en daarmee het duurzaam herstel van de persoon). De gemeente dan wel het regionaal samenwerkingsverband, gaat met de persoon die zich meldt na wat de woonplaats was voor het ontstaan van de dakloosheid. Indien dit is vastgesteld wordt de uitvoering van het onderzoek overgedragen aan deze gemeente van herkomst, dit kan dus ook een regiogemeente betreffen. Indien de woonplaats niet kan worden vastgesteld voert de gemeente waar de eerste melding is gedaan het onderzoek uit.
Voorbeeld
Een dakloze Nederlander meldt zich in Groningen bij de nachtopvang. In gesprek met de organisatie die de nachtopvang biedt, blijkt dat deze Nederlander tot voor kort in Nieuwegein woonde. Op basis van het Convenant kan Groningen hem de nachtopvang (de eerste opvang) niet weigeren. Echter, Groningen onderzoekt in de weken daarna in welke gemeente of regio een traject in de maatschappelijke opvang de grootste kans van slagen heeft. In deze situatie zal centrumgemeente Groningen daartoe overleg voeren met centrumgemeente Utrecht en Utrecht met de gemeente Nieuwegein. De gemeente Nieuwegein zal gevraagd worden om verder mee te werken aan het onderzoek.
Uit het onderzoek moet helder worden wat de beste plek is om het welslagen van herstel, en het bijdragen aan het vergroten van zelfredzaamheid en participatie, te bewerkstelligen. Factoren die hier van belang kunnen zijn, zijn bijvoorbeeld aanwezigheid van sociaal netwerk en/of het hebben van een baan en/of reeds bestaande hulpverlening. Een gemeente van herkomst kan ook een contra-indicatie zijn voor herhuisvesting. In het geval van bijvoorbeeld criminaliteit of verslaving kan het beter zijn als iemand niet terugkeert naar de gemeente van herkomst maar verhuist naar een andere gemeente. Bij het onderzoek betrekt de gemeente in ieder geval de wens van de persoon die zich heeft gemeld. Indien de kans van slagen tot herstel in een ander gemeente dan waar de melding is gedaan groter wordt geacht en de ontvangende gemeente is akkoord, zal er een warme overdracht plaatsvinden. Als er verschil van mening is tussen gemeenten dan wel regio’s Maatschappelijke Opvang, de gemeenten er onderling niet uitkomen, kan het geschil worden voorgelegd aan de commissie geschillen landelijke toegankelijkheid.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.8
Artikel 5.8.5
Beschermd wonen en maatschappelijke opvang
Onderdeel van Beleidsregels Wmo en Jeugdhulp gemeente Nieuwegein 2020