Om vast te stellen welke hulp bij een ondersteuningsvraag van het kind bovengebruikelijk is, beoordeelt het college welke hulp substantieel uitgaat boven de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder beperkingen redelijkerwijs nodig heeft. Substantieel omdat ook bij jeugdigen zonder beperkingen van dezelfde leeftijd de inzet van de dagelijkse zorg van kind tot kind verschilt (ECLI:NL:CRVB:2013:1419). In bijlage 5 is een overzicht opgenomen dat het college als leidraad hanteert.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.1
Artikel 6.1.2
Vaststellen (boven)gebruikelijke hulp ondersteuningsbehoefte kind
Onderdeel van Beleidsregels Wmo en Jeugdhulp gemeente Nieuwegein 2020