**1..** Uiterlijk vóór 1 maart in het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor subsidie is verleend, dient de houder de rapportage over het vierde kwartaal in. Deze rapportage wordt gezien als de aanvraag tot subsidievaststelling.
**2..** Het college kan, indien noodzakelijk, vragen naar aanvullende informatie ten aanzien van de aan de subsidie gestelde voorwaarden, voordat de subsidie wordt vastgesteld.
**3..** Voordat de subsidie wordt vastgesteld kan een steekproef worden uitgevoerd om na te gaan of de ingevulde gegevens op het verantwoordingsformulier correct zijn.
**4..** De subsidie wordt vastgesteld op basis van het daadwerkelijk aantal bestede uren per peuter aan de hand van het afgesproken uurtarief, de berekende ouderbijdrage en onderverdeling naar categorieën van artikel 7, tweede lid onder b en informatie over of aan de gestelde voorwaarden is voldaan.
**5..** Indien de subsidie lager wordt vastgesteld dan het verleende subsidiebedrag, zal op basis van het verleende subsidiebedrag met de subsidieontvanger worden afgerekend en vindt indien van toepassing na vaststelling een terugvordering plaats of vooraf aan vaststelling een verrekening plaats.
**6..** Indien bij de afrekening blijkt dat de te ontvangen subsidie hoger moet zijn dan het toegekende subsidiebedrag dient de aanvrager een verzoek tot wijziging van de beschikking tot verlening van de subsidie in.
**7..** Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de verantwoording over het vierde kwartaal de subsidie vast.
**8..** Het college kan deze termijn voor ten hoogste 13 weken verlengen.
**9..** Indien de verantwoording over het vierde kwartaal niet tijdig is ontvangen, gaat het college zes weken na een eenmalige rappel over tot ambtshalve vaststelling.
Artikel 14