Naar hoofdinhoud
1.. Op grond van bijzondere omstandigheden waarbij de noodzaak is vastgesteld, kan bijstand verleend worden. 2.. Onder woonkosten in dit artikel wordt verstaan: Indien een woning in huur wordt bewoond: de per maand geldende rekenhuur als omschreven in artikel 5, van de Wet op de huurtoeslag; Indien een eigen woning wordt bewoond: de tot een bedrag per maand omgerekende som van de hypotheekrente, de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud conform de gemeentelijke Financiële Uitvoeringsrichtlijnen. De hypotheekrente na aftrek van het recht op belastingteruggaaf. 3.. Woonkostentoeslag voor een huurwoning of gehuurde woonwagen: Indien belanghebbende een woning bewoont, waarvan de hoogte van de woonkosten gelet op artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag geen belemmering vormt voor toekenning van de huurtoeslag, maar hij door omstandigheden buiten zijn schuld nog geen aanspraak kan maken op deze toeslag, wordt een woonkostentoeslag toegekend. De woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die op grond van de Wet op de Huurtoeslag gelijk aan het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet op de Huurtoeslag, voor die woonkostentoeslag zou worden ontvangen. De woonkostentoeslag wordt toegekend tot de datum waarop belanghebbende wel in aanmerking komt voor huurtoeslag of voor een periode van maximaal 12 maanden Aan de toekenning bijzondere bijstand woonkostentoeslag is de aanvullende verplichting verbonden dat de belanghebbende Huurtoeslag bij de Belastingdienst aanvraagt en hiervan de relevante bewijsstukken overlegt (artikel 55 Participatiewet) 4.. Woonkostentoeslag voor een huurwoning indien geen aanspraak kan worden gemaakt op maximale huurtoeslag Aan de belanghebbende met een huurwoning, waarvan de hoogte van de woonkosten gelet op artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag wél een belemmering vormt voor de toekenning van huurtoeslag, kan voor een periode van maximaal twaalf maanden een woonkostentoeslag worden verstrekt. De woonkosten die uitgaan boven de maximale rekenhuur komen volledig voor bijzondere bijstand in aanmerking. De woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die op grond van de huurtoeslag in de laagste inkomenscategorie zou kunnen worden ontvangen onder aftrek van het bedrag waarop aanspraak op huurtoeslag bestaat. De woonkostentoeslag wordt toegekend tot de datum waarop belanghebbende wel in aanmerking komt voor een huurtoeslag gebaseerd op een inkomen gelijk aan het minimum-inkomensijkpunt of voor een periode van maximaal 12 maanden. Indien belanghebbende een woning bewoont, en aanspraak op huurtoeslag bestaat maar de huurtoeslag niet gebaseerd is op een inkomen gelijk aan het minimum (bijstandsniveau), bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet op de Huurtoeslag, dient de belanghebbende dit in beginsel bij de Belastingdienst te (laten) corrigeren. De verantwoordelijkheid om de volledige aanspraak op toeslagen te effectueren ligt bij de belanghebbende. Als aanspraak op huurtoeslag bestaat wordt deze aangemerkt als een voorliggende voorziening, die passende en toereikend wordt geacht. Bijzondere bijstandsverlening is daarom niet aan de orde. Bij de toekenning van de bijzondere bijstand woonkostentoeslag heeft de belanghebbende inspanningen verricht om zijn woonsituatie/woonlasten in overeenstemming te brengen met zijn inkomen. Aan de bijstandsverlening als bedoeld onder a wordt de verplichting opgelegd dat belanghebbende naar vermogen probeert goedkopere woonruimte te vinden met een rekenhuur waarvoor wel aanspraak op huurtoeslag kan bestaan. Bij de beoordeling van een nieuwe periode van woonkostentoeslag als bedoeld in c wordt betrokken of naar vermogen is geprobeerd die goedkopere woonruimte te vinden maar dat niet is gelukt. Van een verplichting als bedoeld in f wordt afgezien indien belanghebbende of zijn gezinsleden in een woning wonen waarin vanwege beperkingen van een gezinslid voorzieningen zijn aangebracht die tot gevolg hebben gehad dat de rekenhuur boven de maximale huurprijs volgens artikel 13 van de Wet op de Huurtoeslag is gelegen. De verhuisplicht wordt niet opgelegd aan personen met een beperking, als de hoge huur wordt veroorzaakt door voorzieningen die in de woning zijn aangebracht vanwege de beperking. Jongeren onder de 27 jaar zonder kinderen, die een beroep doen op woonkostentoeslag, omdat zij een woning bewonen met een rekenhuur boven de voor hen geldende huurgrens waardoor geen beroep op de huurtoeslag mogelijk is, komen niet in aanmerking voor een woonkostentoeslag. 5.. Woonkostentoeslag bij een woning in eigendom: Indien belanghebbende een eigen woning bezit, waarvan hij eigenaar is en de woonkosten niet hoger zijn dan de maximale huurgrens als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag, kan tijdelijk woonkostentoeslag worden verstrekt. De woonkostentoeslag wordt toegekend gelijk aan het bedrag waarop huurtoeslag ontvangen zou kunnen worden. Onder woonkosten wordt verstaan: de tot een bedrag per maand omgerekende som van hypotheekrente, vermeerderd met zakelijke lasten die verband houden met het in eigendom hebben van de woning als premie opstalverzekering; eigenaarslasten onroerende zaakbelasting en waterschapslasten en rioolrechten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud. Op de toe te kennen woonkostentoeslag wordt in mindering gebracht het bedrag waarvoor belastingteruggave in verband met betaalde hypotheekrente wordt verkregen of kan worden verkregen. In dat verband kan van de belanghebbende worden verzocht dat een voorlopige aanslag teruggave van belastingen wordt gevraagd zodat allereerst dat bedrag in mindering wordt gebracht op de maandelijkse woonkostentoeslag. Aan de hand van de belastingaanslag zal dan de definitieve berekening van de woonkostentoeslag plaatsvinden. De woonkostentoeslag wordt in beginsel om niet verstrekt voor een periode van maximaal 12 maanden. Aan de woonkostentoeslag is de voorwaarde verbonden dat de belanghebbende naar vermogen tracht goedkopere woonruimte te vinden (verhuisplicht). Dit wordt per kwartaal gecontroleerd. Als de belanghebbende naar het oordeel van het college naar vermogen heeft getracht goedkopere woonruimte te vinden, maar dit niet is gelukt, dan kan de woonkostentoeslag worden verlengd met maximaal één jaar. Daarbij kan het college nadere regels stellen over de vraagprijs van de woning of de wijze waarop actieve wijze de woning voor verkoop wordt aangeboden. Tijdens deze verlenging wordt de woonkostentoeslag om niet verstrekt, tenzij bijzondere individuele omstandigheden aanleiding geven anders te besluiten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel