Iedere initiatiefnemer doorloopt het proces zoals vastgelegd in de procestrechter in het beleid.
Hieronder wordt de procestrechter verder uitgewerkt:
Initiatiefnemer heeft een projectidee;
De initiatiefnemer kan bijvoorbeeld zijn een coöperatie, een commerciële organisatie of een inwoner of grondeigenaar.
Initiatiefnemer betrekt omgeving en stakeholders en ontwerpt samen met de omgeving een projectvoorstel;
Onder omgeving wordt in elk geval verstaan de omwonenden, grondeigenaren en bedrijven in het plangebied.
Onder stakeholders wordt in elk geval verstaan de elektriciteitsnetwerkbeheerder, natuurorganisaties, andere belangengroeperingen, etc. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk om de juiste stakeholders de betrekken, bijvoorbeeld door eerst een stakeholders analyse op te stellen.
Projectvoorstel wordt ingediend bij de gemeente;
Een projectvoorstel voor een grootschalig zonne- of windpark wordt ingediend bij de gemeente(n) waar de initiatiefnemer wil ontwikkelen. Indien het plan het grondgebied van meerdere gemeenten betreft dan zal het verzoek bij alle betreffende gemeenten worden ingediend.
Het projectvoorstel wordt digitaal ingediend via email bij de betreffende gemeente: info@Bergeijk.nl, info@bladel.nl , info@eersel.nl, info@oirschot.nl, gemeente@reuseldemierden.nl onder vermelding van Principe verzoek zonne- en of windpark [naam van project].
De Kempengemeenten informeren elkaar actief over de ingediende projectvoorstellen.
De Kempengemeenten hebben ten minste ieder kwartaal ambtelijk overleg over de voortgang en uitvoering van het beleid. Ambtenaren Energietransitie7en Ruimtelijke ordening zijn hierbij aanwezig en organiseren de overleggen. Overleggen worden voorafgaand aan het startend jaar voor een jaar ingepland. De vergaderlocatie rouleert. De beleidsmedewerker Energietransitie van de gemeente waar dit overleg plaatsvindt is notulist voor het overleg. Voorzittersrol in dit overleg rouleert tussen de andere aanwezigen van het overleg.
7Niet in iedere gemeente is de naam van de functie van de beleidsmedewerker hetzelfde. De benaming kan bijvoorbeeld ook beleidsmedewerker Duurzaamheid of Milieubeleidsmedewerker zijn. In elk geval wordt bedoeld de medewerker die de energietransitie in zijn/haar taakveld heeft.
De Kempengemeenten hebben ten minste ieder kwartaal bestuurlijk overleg over de voortgang en uitvoering van het beleid. Portefeuillehouders Energietransitie8 en beleidsmedewerkers Energietransitie en Ruimtelijke Ordening zijn hierbij aanwezig. De ambtenaren Energietransitie organiseren de overleggen. Overleggen worden voorafgaand aan het startend jaar voor een jaar ingepland, één a twee weken na het ambtelijk overleg. De vergaderlocatie rouleert. De beleidsmedewerker van de gemeente waar dit overleg plaatsvindt is notulist voor het overleg. De portefeuillehouder van de betreffende gemeente is voorzitter van het overleg.
8Niet in elke gemeente is de benaming van de portefeuille van de verantwoordelijk bestuurder hetzelfde. In elk geval wordt bedoeld de wethouder die het onderwerp energietransitie in zijn/haar portefeuille heeft.
Het projectvoorstel heeft de inhoudsopgave zoals omschreven in paragraaf A3 van dit document.
Thematische en ruimtelijke toets door gemeente op projectvoorstel;
De gemeente is binnen haar eigen gemeentegrenzen verantwoordelijk voor de toetsing van een projectvoorstel. De gemeente toetst naast het beleid voor grootschalige zonne- en windenergie ook op andere ruimtelijke en maatschappelijke thema’s. De gemeente bepaalt of een projectvoorstel voldoende is om een advies te vragen aan het deskundigenpanel.
De gemeente toetst het projectvoorstel na afloop van de inschrijftermijn voor een specifiek gebied. Voor windparken geldt de voorwaarde dat één ontwikkelplan per zoekgebied wordt opgesteld en ingediend. Dat betekent dat initiatiefnemers moeten samenwerken indien meerdere projectvoorstellen voor windparken in één zoekgebied worden ingediend. Wanneer na afloop van de inschrijftermijn blijkt dat projectinitiatieven door verschillende ontwikkelaars zijn ingediend, worden de afzonderlijke projectinitiatieven niet in behandeling genomen, maar wordt aan de initiatiefnemers gevraagd om een nieuw gezamenlijk projectvoorstel in te dienen. De gemeente bepaalt de termijn waarbinnen dit moet gebeuren.
Gemeente vraagt advies aan bij het deskundigenpanel door het projectvoorstel aan hen voor te leggen;
De gemeente levert de stukken digitaal aan.
De werking van het deskundigenpanel wordt omschreven in A.5 van deze bijlage.
Het deskundigenpanel geeft aanbevelingen aan initiatiefnemer.
Initiatiefnemer verbetert indien nodig projectvoorstel o.b.v. advies en aanbevelingen deskundigenpanel;
In de aanbevelingen voor de initiatiefnemer staat de termijn waarbinnen het aangepast projectvoorstel ingediend kan worden. Indien de aanpassingen niet tijdig worden doorgevoerd, kan dit ertoe leiden dat de projectaanvraag niet wordt doorgeleid naar de volgende stap in de procedure.
Verbeterd projectvoorstel wordt ingediend bij de gemeente in de vorm van een principe verzoek;
De gemeente ontvangt het aangepaste projectvoorstel en zet deze door naar het deskundigenpanel.
Deskundigenpanel ontvangt aangepaste stukken en formuleert een advies aan de gemeente.
Gemeente neemt besluit betreffende principeverzoek;
De gemeente neemt op basis van het projectvoorstel en het advies van het deskundigenpanel een besluit over het wel of niet verlenen van (planologische) medewerking. De gemeente is niet verplicht het advies van het deskundigenpanel over te nemen en kan hier gemotiveerd van afwijken.
Indien positief: start vergunningsprocedure;
Op de website www.zonenwindindekempen.nl wordt gemeld wanneer een ruimtelijke procedure voor een zonne- of windpark wordt opgestart. De gemeente Eersel beheert de website en plaatst de berichten.
De provincie is verantwoordelijk voor de ruimtelijke inpassing van windparken van 5 tot 100 MW. De provincie kan deze bevoegdheid voor het verlenen van de omgevingsvergunning overdragen aan de gemeente. Indien er sprake is van een windpark zal het betreffende College van B&W aan Gedeputeerde Staten verzoeken de bevoegdheid voor het verlenen van de omgevingsvergunning over te dragen aan het gemeentebestuur.
Indien naast de omgevingsvergunning een vergunning nodig is in het kader van de Wet natuurbescherming, dan blijft de provincie het bevoegd gezag.
De betreffende gemeenteraad kan besluiten om de gemeentelijke coördinatieregeling (artikel 3.30 WRO) toe te passen.
Indien vergunning verleend: start realisatie;
Medewerking verlenen aan een principeverzoek betekent niet dat het initiatief zeker tot realisatie komt. Tijdens de ruimtelijke procedure tot het verlenen van de omgevingsvergunning kan alsnog blijken dat het initiatief niet haalbaar of niet wenselijk is op basis van onderzoeken in het projectMER voor een windpark, of ruimtelijke onderbouwing voor een zonnepark, de Wet natuurbescherming, zienswijzen of andere belemmeringen.
Hoofdstuk 7
Artikel B.2
Proces
Onderdeel van Gemeente Bergeijk - Beleid Grootschalige zonne- en windenergie in de Kempen