Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel B.3

Projectvoorstel

Onderdeel van Gemeente Bergeijk - Beleid Grootschalige zonne- en windenergie in de Kempen

Iedere initiatiefnemer stelt een projectvoorstel op. In het ‘Beleid grootschalige zonne- en windenergie in de Kempen’ wordt beschreven waaraan een projectvoorstel moet voldoen. Iedere eis is samengevat in een kader. Al deze kaders samen zijn hieronder samengevat tot een checklist voor het projectvoorstel. Daarnaast is een specifieke hoofdstukindeling bepaald zodat projectvoorstellen uniform worden opgesteld en beoordeeld kunnen worden, te weten: Inleiding Parkontwerp Participatie Omschrijving vervolgproces Daarnaast gelden ook de volgende voorwaarden: De initiatiefnemer dient het projectvoorstel in conform het digitale aanvraagformulier; Het projectvoorstel wordt geschreven in de Nederlandse taal; Het projectvoorstel is ondertekend door één of meer personen die bevoegd zijn om de aanvraag in te dienen; De initiatiefnemer kan aan de gemeente geen kosten in rekening brengen voor het uitwerken en indienen van een projectvoorstel; Door inschrijving gaat u akkoord met de gestelde procedurele eisen. Projectvoorstellen die niet aan de voorgeschreven vormvereisten voldoen kunnen niet getoetst en beoordeeld worden zoals gesteld in bijlage A.4. Dat betekent dat deze projectvoorstellen automatisch onvoldoende scoren en niet gehonoreerd zullen worden. Het projectvoorstel wordt getoetst aan de hand van de onderstaande checklist. Hoofdstuk Checklist 1. Inleiding De inleiding beschrijft hoe het projectidee is ontstaan en wie de initiatiefnemers zijn. Voor de inleiding zijn geen specifieke punten uit het beleid waaraan het projectvoorstel moet voldoen. 2. Parkontwerp Het hoofdstuk parkontwerp gaat in op alle ruimtelijke aspecten die in de beleidsnota zijn opgenomen. Specifiek voor zonneparken: Het projectvoorstel beschrijft de omvang van het zonnepark, het landschapstype waarin het gelegen is, en toont duidelijk de ligging en begrenzing van een projectgebied, voorzien van een onderbouwing waarom de betreffende locatie past binnen de ruimtelijke strategie zonneparken in dit beleids- en toetsingskader en de ‘openstelling’ van een gebied. Het projectvoorstel beschrijft onder welke trede van de zonneladder het voornemen valt. Indien de projectlocatie ligt binnen trede 4, beschrijft het projectvoorstel welke inzet is gepleegd om de treden 1 t/m 3 van de zonneladder te realiseren. Ook beschrijft het projectvoorstel de manier waarop invulling wordt gegeven aan de inspanningsverplichting tot het realiseren van zon op dak of het verwijderen van een VAB-locatie Het projectvoorstel toont aan hoe en hoeveel zonnepanelen op dak worden gerealiseerd, als aanvulling op het grondgebonden zonnepark. Bij zowel de ontwikkeling van grote als middelgrote zonneparken geldt dat het projectvoorstel vergezeld moet gaan van een landschappelijk ontwerp. Onderbouwd moet worden welke bouwhoogte wordt aangehouden, op welke wijze is aangesloten bij gebiedseigen randen en of beplanting/onder begroeiing wel of niet passend is. De landschappelijke onderbouwing in het projectvoorstel kan vervolgens worden uitgebreid tot een onderbouwing van de omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan, een bestemmingsplanwijziging en/of vergunningaanvraag. Indien het zonnepark een dubbelfunctie heeft, moet deze in het projectvoorstel worden beschreven (bijvoorbeeld agrarisch gebruik, waterberging, overkapping parkeerterrein). Het projectvoorstel toont aan in welke mate met de aanleg van het zonnepark positieve effecten op de natuur worden bereikt. Voor projecten binnen de in het planMER aangewezen akker- en weidevogelgebieden dient uit het projectvoorstel duidelijk te worden dat er geen belangrijke nadelige effecten voor akker- en weidevogels optreden als gevolg van het project. Het projectvoorstel geeft aan hoe voorkomen wordt dat onomkeerbare effecten op de bodem plaatsvinden. Het projectvoorstel geeft aan of het zonnepark in of nabij aardkundige waardevolle gebieden ligt en wat de effecten hiervan zijn. Indien een zonnepark op agrarische grond wordt ontwikkeld, moet het projectvoorstel een onderbouwing bevatten voor de keuze van de betreffende percelen waaruit blijkt dat de agrarische structuur wordt versterkt of ten minste niet wordt aangetast. Het projectvoorstel geeft inzicht of het zonnepark past in de gekozen plaatsingsstrategie van het gebied. De (productie)omvang van de projectlocatie wordt aangeduid en beargumenteerd wordt wat de relatie is met de omgeving. Indien bij een zonnepark sprake is van een VAB-locatie, wordt dit in het projectvoorstel omschreven. Specifiek voor windparken: Het projectvoorstel toont duidelijk de ligging en begrenzing van een projectgebied, met daarbinnen een overzicht van de geplande opstelpunten, voorzien van een onderbouwing waarom de betreffende locatie past binnen het beleids- en toetsingskader. Het projectvoorstel geeft inzicht in het parkontwerp (aantal, locatie en afmetingen) van het windpark en gaat daarbij in op de koppeling met bestaande landschappelijke structuren, de invloed op lokale landschappelijke kernkwaliteiten en de afstand tot bestaande of geplande andere windparken. Het projectvoorstel geeft inzicht in de gebruikswaarde, de belevingswaarde en toekomstwaarde in relatie tot het landschap. Het projectvoorstel geeft inzicht in de optimalisatiemogelijkheden op de projectlocatie en afstemming met projectlocaties in de omgeving. De productieomvang van de projectlocatie wordt aangeduid en beargumenteerd wordt wat de relatie is met de omgeving . Voor zowel zonne- als windparken: Indien de combinatie van zonne- en windparken niet mogelijk is moet het projectvoorstel een toelichting bevatten van de reden(en) van deze onmogelijkheid. Het projectvoorstel beschrijft op welke wijze het opruimen van het zonne- en/of windpark wordt gewaarborgd. 3. Participatie Het hoofdstuk participatie beschrijft enerzijds de wijze waarop de omgeving is betrokken bij de inrichting van het project en anderzijds op welke wijze het project bijdraagt aan sociale randvoorwaarden waaraan het project voldoet. Beide aspecten dragen bij aan betrokkenheid en draagvlak. Het projectvoorstel omschrijft met welke rechtsvorm(en) het project ontwikkeld wordt. Uit het projectvoorstel moet blijken op welke wijze de omgeving betrokken is bij de inrichting van het project. Het projectvoorstel beschrijft welk percentage van het ‘investeringsrecht’ beschikbaar is voor inwoners en bedrijven van de individuele Kempengemeenten en onder welke voorwaarden. Het projectvoorstel moet beschrijven hoe hoog de storting in het omgevingsfonds is (minimaal €1 per geproduceerde MWh), welke partijen in het bestuur van het fonds zitting nemen en hoe de bestemming van het geld wordt bepaald. Deze bestemmingen moeten een fysiek en/of ruimtelijk karakter hebben. Het fonds wordt beheerd door de omgeving. De omgeving zal dus bepalen waar de gelden aan besteed worden. Het projectvoorstel moet beschrijven hoe hoog de storting in het duurzaamheidsfonds is (minimaal €1 per geproduceerde MWh). Specifiek voor windparken: Het projectvoorstel omschrijft op welke wijze inwoners en grondeigenaren gekomen zijn tot één gezamenlijk projectvoorstel. Het projectvoorstel toont aan op welke wijze gevolg is gegeven aan de eis voor gesocialiseerde gebiedsbijdrage. In het projectvoorstel moet zijn beschreven hoe hoog de gebiedsbijdrage is, hoe deze over de omgeving van het project is verdeeld en hoe deze tot stand is gekomen. 4. Omschrijving vervolgproces Het hoofdstuk vervolgproces beschrijft de processtappen die de initiatiefnemer gaat nemen indien een positief besluit is genomen op het principeverzoek. Voor het omschrijven van het vervolgproces zijn geen specifieke punten uit het beleid waaraan het projectvoorstel moet voldoen.

Rechtspraak bij dit artikel