Naar hoofdinhoud
In de toezichtstrategie van het bevoegd gezag is vastgelegd welke vormen van toezicht worden onderscheiden en wat de basiswerkwijze daarbij is. Het gaat hierbij om het observeren en constateren van het wel of niet voldoen aan de regels. In het algemeen onderscheiden wij actief en passief toezicht. Actief toezicht vindt planmatig plaats en komt tot uiting in routinematig en projectmatig toezicht. Bij bouw- en sloopwerkzaamheden bestaat het toezicht vooral uit actief toezicht op verleende omgevingsvergunningen en gemelde activiteiten inclusief bouwveiligheidsplannen. Passief toezicht vindt plaats naar aanleiding van klachten, meldingen, calamiteiten en handhavingsverzoeken. Deze kunnen van burgers, bedrijven, organisaties of overheidsinstanties afkomstig zijn. Klachten, meldingen en handhavingsverzoeken die te maken hebben met lopende bouw- en sloopwerkzaamheden vallen onder de beginselplicht tot handhaving en worden altijd onderzocht. Heeft de klacht betrekking op een overtreding, dan wordt opgetreden. In veel gevallen blijkt echter dat men overlast ondervindt van bouw- en sloopactiviteiten die legaal plaatsvinden. Hoewel dan niet kan worden opgetreden tegen de bron van de overlast, wordt geprobeerd de overlast via overleg toch te verminderen of, door hen goed te informeren, begrip te kweken voor de ontstane situatie. Het Bouwveiligheidsplan is hierbij een belangrijk sturingsmiddel. In de Landelijke Handhavingstrategie staat wat er moet gebeuren als bij een controle een overtreding wordt geconstateerd en hoe dan wordt afgestemd met het Openbaar Ministerie en de politie. Het doel van de Landelijke Handhavingstrategie is dat gemeenten, provincies, omgevingsdiensten, landelijke inspecties, politie en het OM op afgestemde wijze en zo nodig samen uitvoering geven aan hun beginselplicht tot handhaven. Zij treden daarbij passend op bij constatering van een overtreding en zorgen ervoor dat vergelijkbare situaties ook zoveel mogelijk gelijk worden behandeld. Mocht tijdens de realisatiefase blijken dat er wordt gebouwd zonder of in afwijking van een goedgekeurd, al dan niet nader uitgewerkt, bouw- of sloopveiligheidsplan kan het werk stil worden gelegd c.q. handhavend worden opgetreden. Mag een vergunning worden verleend als er mogelijk schade ontstaat aan omliggende panden? Vraag In bezwaren tegen een bouwvergunning wordt vaak als bezwaargrond ingebracht dat door de uitvoering van de vergunde werkzaamheden schade ontstaat aan het eigen pand van de bezwaarmaker. Dit is zeker een vaak ingebracht bezwaar als er sprake is van heiwerkzaamheden. In een recente uitspraak 17 van de Raad van State is de wettelijke grondslag van een dergelijk bezwaar aan de orde. Antwoord De Afdeling gaat na welke voorschriften de gemeente aan de vergunning heeft verbonden. Het gaat om het voorschrift tot het indienen van een palenplan en een bouwveiligheidsplan en de monitoring van trillingen en zettingen tijdens de heiwerkzaamheden. Verder is niet in geschil dat de heimethode, waarin het project die is gebruikt, algemeen bekend staat als trillingsarm. Appellant had een technisch bezwaar gemaakt over de breedte van de palen. De gemeente wist dit bezwaar op de zitting te weerspreken. Ook had appellant naar voren gebracht dat beter voor de methode van het trillingsvrij persen kon worden gekozen. Ook dit wist de gemeente met een technisch betoog te weerspreken. Om die reden blijft de vergunning in stand, ook al is door toepassing van de vergunning aantoonbaar schade ontstaan. De Afdeling gaat er kennelijk vanuit dat schade altijd kan ontstaan, ook in het geval dat de gemeente heeft aangetoond voldoende maatregelen te hebben genomen.

Rechtspraak bij dit artikel