Naar hoofdinhoud
10.1. Met het openen van een grondexploitatie wordt onderscheid gemaakt tussen bouwgrond in exploitatie en andere grondontwikkeling gerelateerde projecten. 10.2 . Een grondexploitatie wordt geopend op basis van een raadsbesluit. Het college doet daarvoor een voorstel aan de raad. 10.3 . Bij het voorstel tot openen van een grondexploitatie verschaft het college inzicht in de grondexploitatie. 10.4 . Het voorstel, als bedoeld in artikel 10 lid 2 van deze verordening bevat ten minste: Een kaart van het grondexploitatiecomplex; Een beschrijving van de bouwkavels, de bestemming en toegestane bouwvolumes; Een omschrijving van de werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken van het grondexploitatiecomplex, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het grondexploitatiecomplex; Een grondexploitatiebegroting waarbij de kosten en opbrengsten gefaseerd zijn in tijd; Een projectspecifieke kansen- en risicoanalyse. 10.5 . Op het moment dat het college een voorstel aan de raad doet voor het openen van een negatieve grondexploitatie, bevat het voorstel aanvullend een algemeen belangbesluit. 10.6 . Het inboeken van gemeentelijke gronden in de grondexploitaties gebeurt tegen boekwaarde. Bij gronden uit de strategische grondvoorraad kan het voorkomen dat voor de betreffende gronden een voorziening getroffen is. Er ontstaat dan een keuze om deze voorziening (deels) te laten vrijvallen. Indien bij het inboeken van de gronden er gemotiveerd voor gekozen wordt om een getroffen voorziening (deels) te laten vrijvallen, dan gebeurt dit ten gunste van de Reserve Grondzaken. 10.7 . De raad stelt bij het openen van de grondexploitatie ook een uitvoeringskrediet beschikbaar voor de te maken kosten voor de gehele looptijd van de grondexploitatie.

Rechtspraak bij dit artikel