Naar hoofdinhoud
9.1. Een voorbereidingskrediet wordt verstrekt voor de te maken kosten voor voorbereiding, toezicht en administratie (VTA) bij omvangrijkere of complexere projecten met als doel het sluiten van een intentieovereenkomst of anterieure overeenkomst waarmee de gemeentelijke kosten worden verhaald. 9.2 . De gemeentelijke voorbereidingskosten om te komen tot een anterieure overeenkomst worden pas gemaakt na vaststelling van een voorbereidingskrediet op basis van een raadsbesluit. Het college doet daarvoor een voorstel aan de raad. 9.3 . Bij het voorstel tot het verstrekken van een voorbereidingskrediet verschaft het college inzicht in een (globale) projectdefinitie en een bijbehorend voorbereidingskrediet. 9.4 . Uitgangspunt voor een voorbereidingskrediet voor projecten met ontwikkelaars is volledig kostenverhaal. Vanuit dit uitgangspunt wordt een voorbereidingskrediet verstrekt voor de te maken kosten die toerekenbaar zijn aan het specifieke project. Het streven is de gemaakte en de nog te maken kosten te verhalen via een intentieovereenkomst of een anterieure overeenkomst. 9.5 . De gemaakte kosten in voorbereidende projecten met ontwikkelaars worden verrekend en zijn boekwaarde bij het te openen project met ontwikkelaars. Op het moment dat er geen anterieure overeenkomst tot stand komt en er geen project met ontwikkelaars wordt geopend, worden de reeds gemaakte kosten verrekend met de voorziening overige ruimtelijke projecten (projecten met ontwikkelaar). Het resterende saldo komt vervolgens ten laste van de Reserve Grondzaken. 9.6 . Voor het verstrekte voorbereidingskrediet wordt een risico-inschatting gemaakt of een deel van de gemaakte kosten niet in rekening kan worden gebracht bij ontwikkelende partijen. De risico-inschatting bepaalt de opbouw van de voorziening overige ruimtelijke projecten (projecten met ontwikkelaar). 9.7 . Het college informeert de raad halfjaarlijks via het (t)MPG over het voorbereidingskrediet voor projecten met ontwikkelaars.

Rechtspraak bij dit artikel