** 8.1 .** Een voorbereidingskrediet wordt verstrekt voor de te maken kosten voor voorbereiding, toezicht en administratie (VTA) met als doel een initiatief verder uit te werken naar een ruimtelijk kader en grondexploitatie.
** 8.2 .** De kosten in een voorbereidende grondexploitatie worden gedekt door een vastgesteld voorbereidingskrediet op basis van een raadsbesluit. Het college doet daarvoor een voorstel aan de raad.
** 8.3 .** Bij het voorstel tot het verstrekken van een voorbereidingskrediet verschaft het college inzicht in een (globale) projectdefinitie en een bijbehorend voorbereidingskrediet.
** 8.4.** De gemaakte kosten in een voorbereidende grondexploitatie worden verrekend en zijn boekwaarde bij de start van de grondexploitatie. Als een voorbereidende grondexploitatie niet wordt omgezet in een actieve grondexploitatie, worden de reeds gemaakte kosten verrekend met de voorziening overige ruimtelijke projecten (voorbereidende grondexploitaties). Het resterende saldo komt vervolgens ten laste van de Reserve Grondzaken.
** 8.5 .** Kosten van voorbereidende grondexploitaties mogen maximaal 5 jaar geactiveerd blijven onder de immateriële activa. Daarna dienen de kosten te hebben geleid tot een actieve grondexploitatie. Is dit niet het geval, dan worden deze kosten afgeschreven ten laste van de Reserve Grondzaken.
** 8.6 .** Voor het verstrekte voorbereidingskrediet wordt een risico-inschatting gemaakt of een deel van de gemaakte kosten uiteindelijk niet kan worden ingeboekt in een grondexploitatie. De risico-inschatting bepaalt de opbouw van de voorziening overige ruimtelijke projecten (voorbereidende grondexploitaties).
** 8.7 .** Het college informeert de raad halfjaarlijks via het (t)MPG over het voorbereidingskrediet voor voorbereidende grondexploitaties.
Hoofdstuk 4
Artikel 8