Omschrijving en uitgangspunten
Een aanbouw is een grondgebonden toevoeging van één bouwlaag aan een gevel van een gebouw. Ook niet-vrijstaande bijgebouwen vallen onder deze aanbouwen. Een uitbouw is een grondgebonden vergroting van een bestaande ruimte behorende tot het hoofdgebouw van één bouwlaag. Het bestemmingsplan treedt bij de vergunningplichtige aan- en uitbouwen in eerste instantie regelend op voor wat betreft rooilijnen en maximale afmetingen. Aan- en uitbouwen worden in grote aantallen gerealiseerd. Als ze zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, zijn ze voor het straatbeeld zeer bepalend. De voorkeur gaat daarom uit naar een aan- of uitbouw aan de achterkant (achtererf of zijerf als deze niet gekeerd is naar de weg of het openbaar groen). Om het straatbeeld te respecteren en intact te houden dient er bij de mogelijke toepassing van aan- en uitbouwen aan de voorkant een bufferzone aanwezig te zijn tussen gevel en straat.
De gemeente streeft in gebieden met een samenhangende ruimtelijkformele karakteristiek naar een herhaling van gelijkvormige exemplaren die passen bij het karakter van de straat en de gebouwen. Belangrijk is dat de contour en het silhouet van het oorspronkelijke gebouw of bouwblok zichtbaar blijven en dat de aan- of uitbouw qua uitstraling en volume ondergeschikt is aan het oorspronkelijke gebouw.
Criteria voor aan- en uitbouwenaan de voorkant en aan de zijgevel (gericht naar de openbare weg)
Een aan- of uitbouw aan de voorkant is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande sneltoetscriteria wordt voldaan. Voldoet een aan- of uitbouw niet aan onderstaande criteria of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de sneltoetscriteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stads of dorpsgezicht zal altijd de welstandscommissie om advies worden gevraagd.
algemeen:
wanneer uit de tabel op pagina 2 van dit hoofdstuk blijkt dat voor het gebiedstype waarin het bouwplan is gelegen gebiedsgerichte sneltoetscriteria opgesteld zijn, dan moet tevens daaraan getoetst worden. Deze gebiedsgerichte sneltoetscriteria zijn opgenomen bij het betreffende gebiedstype (hoofdstuk 5). Wanneer er sprake is van strijdigheid tussen de gebiedsgerichte sneltoetscriteria en deze algemene sneltoetscriteria zoals hierna beschreven, dan gaan de gebiedsgerichte sneltoetscriteria voor
de aan- of uitbouw is een ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw
geen secundaire aan- of uitbouw (bijvoorbeeld aan een bestaande aan of uitbouw), maar kiezen voor 1 éénduidige opbouw
plaatsing en aantal:
afstand van de aan- of uitbouw aan de zijgevel tot voorgevellijn minimaal 2.00 m. Indien in het bestemmingsplan een andere afstand wordt voorgeschreven, dient die afstand te worden aangehouden.
de aan- of uitbouw aan de voorgevel mag niet buiten de zijgevel uitsteken, geen hoekaanbouw
afstand van de aan- of uitbouw aan zijgevel tot zijerfgrens minimaal 1.00 m. (indien deze zijerfgrens is gelegen aan de openbare weg). Indien in het bestemmingsplan een andere afstand wordt voorgeschreven, dient die afstand te worden aangehouden.
er is geen andere aan- of uitbouw aan de betreffende gevel aanwezig
maatvoering:
aan de zijgevel:
hoogte niet hoger dan eerste bouwlaag/vloer 1e verdieping plus 25 cm. van het hoofdgebouw en minimaal 0.50 m. onder dakvoet
Indien het hoofdgebouw 1 bouwlaag betreft, moet de hoogte van de aan- of uitbouw gelijk zijn aan die bouwlaag, met een maximum van 3,5 m.
diepte maximaal 3.00 m. gemeten vanaf oorspronkelijke zijgevel
oppervlakte tot in totaal maximaal 50% van het oorspronkelijk zijerf is bebouwd. Indien in het bestemmingsplan een ander bebouwingsoppervlak wordt voorgeschreven, dient die oppervlaktemaat te worden aangehouden.
aan de voorgevel:
hoogte niet hoger dan eerste bouwlaag / vloer 1ste verdieping plus 25 cm. van hoofdgebouw en minimaal 0,5 meter onder de dakvoet van het hoofdgebouw
breedte maximaal 50% van de breedte van de oorspronkelijke voorgevel en voorgevel en maximaal 4.00 m
diepte maximaal 1.00 m. gemeten vanaf oorspronkelijke voorgevel
vormgeving:
vormgegeven in één bouwlaag met een rechthoekige plattegrond
plat afgedekt
gevelgeleding gelijk aan de gevelgeleding van hoofdgebouw.
indeling en profielen van kozijnen gelijk aan die van de gevelramen en kozijnen van hoofdgebouw
geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden overstek en boeiboord van circa 25 cm en ornamenten
geen koppeling met een entreeluifel
materiaal en kleur:
materiaal- en kleurgebruik gevels, kozijnen en profielen gelijk aan gevels, kozijnen en profielen hoofdgebouw
geen te gesloten of te transparante aan- of uitbouw (of aangebouwd bijgebouw) aan de voorkant (richtlijn: een aan- of uitbouw (of aangebouwd bijgebouw)
bij tussenwoningen een eenvormige en ondergeschikte overgang door bijvoorbeeld gemetselde muur op erfgrens
Balustrades:
Voorzover het bestemmingsplan het aanbrengen van een balustrade toestaat, dient deze zo neutraal als mogelijk te worden uitgevoerd, bij voorkeur een rank stalen spijlenhek, teruggeplaatst op het dak, in een donkere en gedekte kleurstelling (zwartgrijs of antracietgrijs). De balustrade dient achter de achtergevellijn te worden geplaatst, met als uiterste grens minimaal drie meter achter de voorgevel indien er sprake is van gevelopeningen in de zijgevel. De balustrade mag niet hoger zijn dan 1 m. Indien bij hetzelfde bouwblok reeds balustrades zijn aangebracht, dient de balustrade daaraan te worden aangepast teneinde een uniform beeld te verkrijgen.
Criteria voor aan- en uitbouwen aan de achterkant en aan de zijgevel (niet gekeerd naar de openbare weg)
Een aan- of uitbouw aan de achterkant is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande sneltoetscriteria wordt voldaan. Voldoet een aan- of uitbouw niet aan onderstaande criteria of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de sneltoetscriteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stads of dorpsgezicht zal altijd de welstandscommissie om advies worden gevraagd.
algemeen:
wanneer uit de tabel op pagina 2 van dit hoofdstuk blijkt dat voor het gebiedstype waarin het bouwplan is gelegen gebiedsgerichte sneltoetscriteria opgesteld zijn, dan moet tevens daaraan getoetst worden. Deze gebiedsgerichte sneltoetscriteria zijn opgenomen bij het betreffende gebiedstype (hoofdstuk 5). Wanneer er sprake is van strijdigheid tussen de gebiedsgerichte sneltoetscriteria en deze algemene sneltoetscriteria zoals hierna beschreven, dan gaan de gebiedsgerichte sneltoetscriteria voor
de aan- of uitbouw is een ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw
geen secundaire aan- of uitbouw (bijvoorbeeld aan bestaande aan of uitbouw)
plaatsing en aantal:
afstand van de aan- of uitbouw aan de zijgevel tot voorgevellijn minimaal 2.00 m. Indien in het bestemmingsplan een andere afstand wordt voorgeschreven, dient die afstand te worden aangehouden.
aan- of uitbouw aan de achtergevel mag niet buiten de zijgevel uitsteken, tenzij er sprake is van een hoekaanbouw
er is geen andere aan- of uitbouw aan de betreffende gevel aanwezig
maatvoering:
goothoogte in ieder geval niet hoger dan eerste bouwlaag / vloer 1ste verdieping van hoofdgebouw + 0,25 meter.
oppervlakte tot in totaal maximaal 50% van het oorspronkelijk achter- of zijerf is bebouwd
vormgeving:
vormgegeven in één bouwlaag
plat afgedekt of desgewenst een van het hoofdgebouw afgeleide kapvorm, helling en nokrichting; serres met een enkelvoudig flauw-hellend transparant dak
gevelgeleding gelijk aan de gevelgeleding van hoofdgebouw, behalve bij serres
indeling en profielen van kozijnen gelijk aan die van de gevelramen en kozijnen van hoofdgebouw; bij serres een regelmatige verdeling van kozijnstijlen
geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden overstek, boeiboord en ornamenten
materiaal en kleur:
materiaal- en kleurgebruik gevels, kozijnen en profielen gelijk aan gevels, kozijnen en profielen hoofdgebouw
aan- of uitbouw bestaat uit minimaal 20% en maximaal 75% openingen/glasvlak, bij serres zijn dak en achtergevel volledig transparant
bij tussenwoningen een eenvormige en ondergeschikte overgang door bijvoorbeeld gemetselde muur op erfgrens (muurdam) of m.b.v. scheidende penant; serres worden op de erfgrens beëindigd met een horizontaal beëindigde, gemetselde gevel die dak en achtergevel volledig opsluit
Balustrades
Voorzover het bestemmingsplan het aanbrengen van een balustrade toestaan, dient deze zo neutraal als mogelijk te worden uitgevoerd, bij voorkeur een rank stalen spijlenhek, teruggeplaatst op het dak, in een donkere en gedekte kleurstelling (zwartgrijs of antracietgrijs). De balustrade dient achter de achtergevellijn te worden geplaatst, met als uiterste grens minimaal drie meter achter de voorgevel indien sprake is van gevelopeningen in de zijgevel. De balustrade mag niet hoger zijn dan 1 m. Indien bij hetzelfde bouwblok reeds balustrades zijn aangebracht, dient de balustrade daaraan te worden aangepast teneinde een uniform beeld te verkrijgen.
Hoofdstuk 7.
Artikel 7.4
Aan- en uitbouwen
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Albrandswaard houdende regels omtrent de Welstandsnota