Een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 8.13, eerste lid, kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken:
- - als de verlening berust op onjuiste of onvolledige gegevens en de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid;
- - voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking tot de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van die activiteit verzetten;
- - niet binnen twee jaar van de vergunning gebruik wordt gemaakt.