1.. Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve besluiten een cultuurgoed aan te wijzen als beschermd gemeentelijk cultuurgoed als dat cultuurgoed:

  • - van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis of uitzonderlijke schoonheid is; en
  • - dat als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en
  • - dat in eigendom is van de gemeente of dat aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd.

2.. Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve besluiten een verzameling van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, die als geheel of door een of meer van de cultuurgoederen die een wezenlijk onderdeel van de verzameling zijn, als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en die in eigendom van de gemeente is of die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als beschermde gemeentelijk verzameling.

3.. Voor de aanwijzing van een cultuurgoed dat of een verzameling die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd is toestemming van de eigenaar vereist.

4.. Over het voornemen van een aanwijzing, bedoeld in het eerste of tweede lid, alsmede over de vervreemding van een beschermd gemeentelijk cultuurgoed of een beschermde gemeentelijke verzameling of over het afstand doen van de zorg daarvoor vragen burgemeester en wethouders advies aan de CRK subcommissie Erfgoed;

5.. Dit artikel is niet van toepassing op: