Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.4

Provinciaal beleid

Onderdeel van Beleid grootschalige zonne- en windenergie in de Kempen

3.4.1Omgevingsvisie 2018 Provinciale Staten van Noord Brabant hebben op 14 december 2018 de nieuwe Omgevingsvisie vastgesteld3Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant; Visie op de Brabantse leefomgeving, 14 december 2018. . In deze visie streeft de provincie Noord-Brabant naar een energieneutrale samenleving in 2050 en tenminste 50% duurzame energieopwekking in 2030 binnen de eigen provincie. Om dat voor elkaar te krijgen zet de provincie fors in op het besparen van energie enerzijds en het opwekken en gebruiken van duurzame energie anderzijds. 3.4.2Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Op 16 april 2019 is het ontwerp van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant gepubliceerd. De verordening maakt de ontwikkeling m-gelijk van windenergie en zonne-energie. Windenergie In de verordening zijn regels opgenomen voor windturbines. Gemeenten moeten onderzoeken op welke plekken de plaatsing van windturbines inpasbaar is in de omgeving. In het algemeen geldt dat hierbij zo veel als mogelijk wordt aangesloten bij de karakteristiek van het landschap. Vanwege het grootschalige karakter van de turbines heeft de ontwikkeling bij zogenaamde grootschalige landschappen, zoals grootschalige (middel)zware bedrijventerreinen, hoofdinfrastructuur en het grootschalige polderlandschap de voorkeur. Overige randvoorwaarden zijn: Clustering. Om verrommeling tegen te gaan zijn er geen mogelijkheden voor de ontwikkeling van solitaire windturbines. Er moet minimaal sprake zijn van drie windturbines in een lijn- of cluster-opstelling. Tijdelijk karakter. Aan de ontwikkeling van windturbines in landelijk gebied is de voorwaarde verbonden dat deze uitsluitend gerealiseerd kan worden met de toepassing van een omgevingsvergunning inhoudende afwijking van het bestemmingsplan waaraan een maximale gebruikstermijn van 25 jaar is verbonden. Hierbij moet zijn verzekerd dat de windturbines na afloop van deze periode worden verwijderd en dat de situatie van voor de realisatie van windturbines wordt hersteld. Maatschappelijke meerwaarde. Om de betrokkenheid van de inwoners en draagvlak voor duurzame energie te vergroten, geldt dat een ontwikkeling maatschappelijke meerwaarde moet geven. Een maatschappelijke meerwaarde wordt onderbouwd door de maatregelen die zijn getroffen om de impact van de windturbines op de omgeving te beperken en de bijdrage aan maatschappelijke doelen. Afstemming. Vanuit een zorgvuldig gebruik van de open ruimte, afstemming van duurzame energieprojecten in een gebied en de in sommige gebieden beperkte capaciteit van het netwerk, geldt als randvoorwaarde dat projecten zijn afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder. Er wordt onderscheid gemaakt tussen Nieuwe ontwikkeling in het Natuur Netwerk Brabant (NNB) (artikel 28.3). Windturbines zijn alleen mogelijk indien de ontwikkeling plaatsvindt direct aansluitend op hoofdinfrastructuur en indien negatieve effecten op NNB worden beperkt of gecompenseerd. Medewerking is alleen mogelijk via afgifte van een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan (dus niet middels een bestemmingsplanprocedure). Windturbines in Stedelijk gebied (artikel 44.1). Windturbines zijn mogelijk in opstellingen van minimaal 3, inpasbaar in de omgeving. Windturbines in Landelijk gebied (artikel 44.2). Windturbines zijn mogelijk in opstellingen van minimaal 3, inpasbaar in de omgeving, mits de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft en is afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder. Alleen mogelijk via afgifte van een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan (dus niet middels een bestemmingsplanprocedure). Zonne-energie Er bestaat een voorkeur voor plaatsing van zonnepanelen op daken of op braakliggende gronden in of aansluitend op stedelijk gebied. Er zijn mogelijkheden voor grondgebonden zonneparken in stedelijk gebied, in zoekgebieden verstedelijking en op bestaande bebouwde locaties in het landelijk gebied zoals rioolzuiveringsinstallaties, stortplaatsen maar ook op vrijkomende agrarische locaties tot een omvang van 5.000 m2. De verwachting is dat dergelijke locaties onvoldoende blijken om in de behoefte voor opwek van duurzame energie te voorzien. Daarom is er ook een mogelijkheid om onder voorwaarden zelfstandige opstellingen van zonne-energie te ontwikkelen in landelijk gebied. Randvoorwaarden zijn: Afwegingskader (de noodzaak van de ontwikkeling moet blijken uit een onderzoek) Afstemming met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder. De ontwikkeling heeft maatschappelijke meerwaarde Tijdelijkheid: In beginsel gaat de provincie er vanuit dat de realisatie van zonneparken voorziet in een tijdelijke behoefte. Vanwege dit tijdelijke karakter van zelfstandige opstellingen voor zonne-energie is de ontwikkeling daarom uitsluitend mogelijk met de toepassing van een omgevingsvergunning inhoudende afwijking van het bestemmingsplan. Aan een dergelijke vergunning wordt een termijn verbonden en de voorwaarde dat na afloop van de termijn de installatie met toebehoren wordt verwijderd en dat de situatie van voor de vergunningverlening wordt hersteld. De maximale termijn is 25 jaar. Algemeen Naast de randvoorwaarden voor zonne- en windenergie specifiek bevat de provinciale omgevingsverordening ook een aantal algemene instructies die moeten worden opgevolgd. Het projectvoorstel beschrijft op welke manier aan de eisen en randvoorwaarden in de provinciale omgevingsverordening wordt voldaan. 3.4.3Energieagenda 2019-2030 Gelijktijdig met de Omgevingsvisie is ook de nieuwe Energie Agenda 2019-2030 door provinciale staten vastgesteld4Energieagenda 2019-2030, provincie Noord-Brabant, 14 december 2018. . In deze energieagenda is het energiebeleid van de provincie Noord-Brabant, dat op hoofdlijnen in de Omgevingsvisie is benoemd, nader uitgewerkt. De impact van duurzame energieopwekking, -transport en -opslag op de ruimte in Brabant zal groot zijn. De strategische hoofdlijnen van het nieuwe energiebeleid zijn: het mobiliseren van de samenleving voor de energietransitie, selectief en slim stimuleren van koplopers en slim integraal combineren. Bij de uitvoering van de agenda pakt de provincie een regisserende en verbindende rol en sluit zij aan bij de verschillende klimaattafels uit het Energieakkoord. Voor wat betreft elektriciteitsopwekking zijn concrete doelen benoemd. In 2030 wil de provincie 88 PJ opwekken uit zonne- en windenergie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel