De uitkomsten van het planMER geven de ruimte weer die technisch en wettelijk beschikbaar is voor wind- en zonne-energieprojecten binnen de Kempengemeenten en geven inzicht in knelpunten. Het planMER is in te zien via de gemeentelijke websites.
Uit het planMER volgt dat concentratiegebieden voor windenergie een goede manier zijn om een significante bijdrage aan de doelstelling te leveren, terwijl de milieueffecten tot een relatief klein gebied beperkt blijven.
Wanneer in plaats daarvan gekozen wordt voor spreiding (meerdere, kleine windparken) toont het MER aan dat de milieueffecten tot een groter gebied uitstrekken, dit kan zowel ontstaan bij de leefomgeving als bij natuur.
Landschap is een onderdeel van de onderzochte milieueffecten in het planMER. Net als bij windparken geldt ook voor zonneparken dat concentratie van ontwikkellocaties zorgt dat andere delen van het huidige Kempische landschap in tact kunnen blijven. Daarom geven de Kempengemeen-ten de voorkeur aan concentratiegebieden van zonne- en/of windparken.
Vanwege radarhinder zijn concentratiegebieden voor windenergie in de omgeving van Vliegbasis Eindhoven niet kansrijk. Daar waar dit het geval is (de zogenaamde 500-voetszone) zijn individuele windparken niet uitgesloten. Wel gelden hier strengere eisen waaraan het radarhindertoetsings-onderzoek moet voldoen.
Voor zonneparken is de grootte van toegestane zonneparken afhankelijk van het landschapstype waar het zonnepark in gepland is. In het PlanMER is per landschapstype de ‘draagkracht’ gedefinieerd: de hoeveelheid hectares aan zonneparken die gerealiseerd kan worden zonder dat de identiteit van het betreffende landschap te veel wordt verstoord.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2
PlanMER
Onderdeel van Beleid grootschalige zonne- en windenergie in de Kempen