De vergunning vervalt, wanneer:
sedert haar verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn verlopen, zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;
gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;
een exploitant komt te overlijden.
HOOFDSTUK 3
Artikel 8.