1.. De burgemeester kan de vergunning intrekken of wijzigen, indien:

  • - blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
  • - de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder e;
  • - gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen;
  • - de houder dit verzoekt.

2.. De burgemeester kan de vergunning intrekken, indien de melding als bedoeld in artikel 7, eerste lid:

  • - is afgewezen en dit besluit onherroepelijk is geworden; of
  • - niet tijdig wordt ingediend.