Naar hoofdinhoud
4.1 Waarom een afkoopregeling? De parkeernormen uit hoofdstuk 3 worden toegepast bij de toetsing van nieuwe bouwontwikkelingen, om te bepalen wat de parkeerbehoefte is. Het parkeernormenbeleid van de gemeente Beverwijk is bedoeld om bij nieuwe ontwikkelingen parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen. De parkeereis die wordt gesteld bij een bouwinitiatief is dat er op eigen terrein een parkeeroplossing komt. In een aantal gevallen kunnen belangrijke ontwikkelingen niet voorzien in voldoende parkeeraanbod op eigen terrein. Ook kan het zijn dat er in de directe omgeving van de ontwikkeling onvoldoende restcapaciteit beschikbaar is. Bovendien bestaat vanuit de optiek van kwaliteit van de openbare ruimte veelal de wens dat het parkeren zich niet versnipperd in een (winkel)gebied, maar dat het parkeren op een aantal locaties centraal wordt georganiseerd. Daarom zal er ook de mogelijkheid worden gecreëerd om, als de kansen daarvoor aanwezig zijn, de parkeervraag op een andere manier op te lossen. Als dan de in de normen vermelde vrijstellingen niet van toepassing zijn, kan een afkoopregeling daarbij een oplossing bieden. Dit hoofdstuk beschrijft de Afkoopregeling parkeren. 4.2 Wanneer afkoopregeling toepassen? In paragraaf 3.2 staat dat als een aanvrager niet volledig op eigen terrein aan de parkeereis kan voldoen, er gekeken wordt naar de mogelijkheden die de gemeente heeft in de openbare ruimte. Als er in de directe omgeving van het bouwplan restcapaciteit beschikbaar is, kan er vrijstelling worden gegeven op het realiseren van de bij het bouwplan behorende parkeereis. Deze vrijstelling geldt als de totale parkeerbehoefte kleiner is dan 2 parkeerplaatsen of als er aantoonbaar voldoende restcapaciteit is in de directe omgeving van het bouwplan. Voor gebruikmaking van aanwezige restcapaciteit (3.2.2) is ook een financiële bijdrage vereist. Voor bouwplannen die geen gebruik kunnen maken van deze vrijstellingen op de parkeereis – lees niet aan de voorwaarden kunnen voldoen – is er de voorliggende Afkoopregeling parkeren. Het gaat dan om situaties waarbij er op eigen terrein geen capaciteit gerealiseerd kan worden én waarbij er op objectieve wijze is aangetoond dat er geen of onvoldoende restcapaciteit beschikbaar is in de openbare ruimte in de directe omgeving van het bouwplan. Alleen in deze gevallen resteert deze Afkoopregeling parkeren. 4.3 De regeling, de voorwaarden en de uitgangspunten Het college kan op grond van de afkoopregeling – onder voorwaarden – de realisatieplicht van de bij het bouwplan horende parkeereis als gunst richting de ontwikkelaar overnemen. Als tegenprestatie stort de ontwikkelaar een financiële bijdrage in het parkeerfonds. De middelen in het parkeerfonds kunnen vervolgens door de gemeente worden gebruikt voor de toekomstige realisatie van parkeerplaatsen of worden aangewend om reeds gerealiseerde parkeerplaatsen te bekostigen. Op die manier kan het totale gemeentelijke parkeerareaal in evenwicht worden gehouden en blijft de bereikbaarheid en leefbaarheid in Beverwijk gewaarborgd. Belangrijke voorwaarde is dat de gemeente pas een ontwikkelaar in de gelegenheid stelt om (een deel van) de parkeereis af te kopen, als er conform het parkeernormenbeleid duidelijk is dat er in de directe omgeving niet of onvoldoende openbare restcapaciteit beschikbaar is. Daarbij gelden een aantal uitgangspunten, die hierna toegelicht worden. Onevenredig hoge kosten Indien realisatie van de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein in eerste instantie niet mogelijk lijkt, wordt beoordeeld of een aanpassing van het bouwplan kan leiden tot het wel voldoen aan de gemeentelijke parkeereis. Bij het beoordelen van de vraag of aanpassing van het plan middels realisatie van meer parkeerplaatsen of minder bouwvolume mogelijk is, kan de inschatting van de financiële consequenties daarin een discussiepunt vormen. Om bij twijfelgevallen te kunnen beoordelen of er sprake is van onevenredige hoge kosten dient de aanvrager van een omgevingsvergunning aan te tonen dat het realiseren van (extra) parkeerplaatsen op eigen terrein of aanpassing van het bouwplan niet mogelijk is. Gunst Gebruik maken van de afkoopregeling parkeren is geen recht van de initiatiefnemer, maar een gunst van de gemeente die zij onder bepaalde omstandigheden kan verlenen. De gemeente kan altijd besluiten om een ontwikkelaar geen gebruik te laten maken van deze afkoopregeling. Afspraken vastleggen Indien besloten wordt dat er gebruik wordt gemaakt van de afkoopregeling, worden de afspraken tussen gemeente en ontwikkelaar vastgelegd in een besluit door het college (brief aan ontwikkelaar). In dit besluit komt in ieder geval te staan: de locatie van het bouwplan; de te realiseren parkeereis; de financiële bijdrage; de locatie van de te realiseren parkeercapaciteit (indien overeengekomen); de tijdspanne waarbinnen de parkeercapaciteit gerealiseerd wordt (indien overeengekomen). Dit besluit moet voor- of gelijktijdig met het verlenen van de omgevingsvergunning genomen worden. Niet altijd aanleg parkeerplaatsen De gemeente gebruikt de parkeerbijdrage voor het in stand houden van voldoende parkeercapaciteit in en rond het bouwplan. Dat betekent niet dat er in alle gevallen fysiek extra parkeerplaatsen bijgebouwd worden. Ook andere vormen om meer capaciteit te realiseren zijn denkbaar, zoals parkeerregulering (betaald parkeren en/of vergunninghouders). Er blijft dan geen verplichting open staan voor het aanleggen van extra parkeerplaatsen, tenzij dit overeengekomen wordt. Gebruik parkeerplaatsen De parkeerplaatsen die in dit kader worden gerealiseerd, zijn in principe voor iedereen toegankelijk. De aanvrager van een omgevingsvergunning kan geen rechten of garanties ontlenen zoals (gratis) parkeren in de openbare ruimte en/of in een gebouwde parkeervoorziening. Er is geen sprake van een verworven eigendomsrecht. Tevens wordt er geen garantie afgegeven dat de plaatsen ook te allen tijde voor de gebruikers en bezoekers van de nieuwe functie beschikbaar zijn. Het betreft namelijk openbare plaatsen. De parkeerbijdrage moet dan ook niet gezien worden als een aanbetaling op het gebruik van de plaatsen, maar als het afkopen van de verplichting zelf te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. Daarna volgen nog de reguliere kosten (als die er zijn) voor het gebruik van de plaatsen, al dan niet via een parkeervergunning. 4.4 Het tarief van een parkeerbijdrage In het centrum is een aanvullende parkeervraag vanwege ruimtelijke beperkingen feitelijk alleen oplosbaar in gebouwde parkeervoorzieningen. De kosten voor aanleg en beheer en onderhoud van deze plaatsen zijn aanzienlijk. Vanuit exploitatieoogpunt zijn extra bezoekers (kortparkeerders) in een parkeergarage gunstiger dan vaste gebruikers (abonnementhouders). Vandaar dat in de vergoeding die betaald moet worden bij het oplossen van de parkeervraag in de openbare ruimte onderscheid gemaakt wordt tussen vaste gebruikers van een functie en bezoekers. Buiten het centrum is het onderscheid tussen de behoefte van bezoekers en vaste gebruikers ook van belang. Immers is tussen bezoekers onderling makkelijker dubbelgebruik te realiseren. De huidige afkooptarieven zijn gebaseerd op de kosten voor diverse uitvoeringsvormen: van €2.500,- voor een parkeerplaats op maaiveld tot zelfs €40.000,- voor een parkeerplaats in een ondergrondse parkeergarage. De voorgestelde bijdragen gaan uit van de locatie (centrum of daarbuiten) en de doelgroep (bezoekers of vaste gebruikers). Voor het berekenen van de hoogte voor de parkeerbijdrage wordt de parkeereis niet afgerond. Deze bijdragen worden gestort in de egalisatiereserve Parkeren. De parkeerbijdragen staan in tabel 3. Deze bedragen zijn exclusief BTW en per parkeerplaats, prijspeil 2020. met ingang van 2021 worden deze bedragen jaarlijks verhoogd met een indexpercentage van 2%. parkeerbijdrage6 In het tarief is de vrijstelling op de parkeereis verwerkt van 2 parkeerplaatsen, conform paragraaf 3.2.6. De eerste 2 parkeerplaatsen hoeven daarmee niet afgekocht te worden. Let op: in het geval dat de parkeernorm bestaat uit een gebruikers- én een bezoekersdeel, hoeft allereerst het bezoekersdeel niet afgekocht te worden, daarna pas het gebruikersdeel (tot het maximum van totaal 2 parkeerplaatsen). voor gebruikersdeel voor bezoekersdeel bij gebruikmaking restcapaciteit centrum7 Centrumgebied zoals gedefinieerd in bijlage 2 < = 2,0 pp € 0 < = 2,0 pp € 0 < = 2,0 pp € 0 > 2,0 pp € 23.800 > 2,0 pp € 11.900 > 2,0 pp € 5.000 overig < = 2,0 pp € 0 < = 2,0 pp € 0 < = 2,0 pp € 0 > 2,0 pp € 2.950 > 2,0 pp € 1.800 > 2,0 pp € 1.500 Tabel 3: Afkoopbedragen per parkeerplaats (pp), prijspeil 2020 4.5 Hardheidsclausule De vergunninghouder is verplicht het door het bevoegd gezag vastgestelde bedrag in het parkeerfonds te storten, tenzij het bevoegd gezag van mening is dat op grond van gewichtige omstandigheden deze verplichting achterwege dient te blijven. Daarbij kan het bevoegd gezag een onderscheid maken tussen enerzijds de reguliere parkeerbijdragen voor gebruikers- en bezoekersdeel en anderzijds de bijdrage bij gebruikmaking van restcapaciteit.

Rechtspraak bij dit artikel