1.. In het belang van de openbare orde en veiligheid kan een vergunning tot het innemen van een standplaats worden geweigerd, indien:

  • - in de directe nabijheid een door de gemeente ingestelde markt wordt gehouden (tijdens marktdagen);
  • - de honorering van de aanvraag resulteert in verkapte marktvorming doordat er vanuit meer dan drie verkoopwagens en/of kramen, die zich op minder dan 50 meter afstand van elkaar bevinden, gelijktijdig verkoop plaatsvindt;
  • - het zicht op etalages en terrassen wordt belemmerd;
  • - het uitzicht vanuit woningen en kantoren wordt belemmerd;
  • - de toegang tot gebouwen wordt belemmerd;
  • - de doorgang voor hulpdiensten als politie, brandweer, ambulance wordt belemmerd. De doorgang dient een breedte te hebben van ten minste 4,5 meter, een verharding over een breedte van ten minste 3,25 meter, die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van 14.600 kg en een vrije hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 meter.
  • - in geval van verkoop van “natte” visproducten de verkoop niet vanuit een dichte verkoopwagen of dichte verkoopinrichting geschiedt.

2.. In het belang van het voorkomen of beperken van overlast kan een vergunning tot het innemen van een standplaats worden geweigerd, indien:

  • - geur- of geluidshinder of enige andere vorm van overlast te verwachten is voor gebruikers of zakelijk gerechtigden van in de nabijheid van de standplaats gelegen onroerende zaken en deze hinder niet afdoende kan worden beperkt door het stellen van voorwaarden;
  • - de rust in nabijgelegen woningen en kantoren e.d. wordt verstoord.

3.. in het belang van het waarborgen van redelijke eisen van welstand, hetzij voor wat betreft de standplaats zelf, hetzij in verband met de omgeving kan een vergunning tot het innemen van een standplaats worden geweigerd, indien:

  • - het aanzien van monumentale gebouwen of stedenbouwkundige ensembles wordt aangetast
  • - het uitzicht op monumenten of kunstobjecten wordt aangetast;
  • - de aangevraagde standplaats zich bevindt op bij de gemeente in beheer zijnde gazons of groenstroken;
  • - het open karakter van pleinen wordt aangetast.

4.. In het belang van de verkeersvrijheid of –veiligheid kan een vergunning tot het innemen van een standplaats worden geweigerd, indien:

  • - de aangevraagde standplaats ligt langs één van de in bijlage 5 aangeduide wegen;
  • - de aangevraagde standplaats het uitzicht belemmert op kruisingen, oversteekplaatsen of uitritten e.d.;
  • - de aangevraagde standplaats is gelegen op een parkeerplaats waar parkeerbelasting wordt geheven;
  • - de aangevraagde standplaats is gelegen op een locatie, welke is aangewezen ten behoeve van belanghebbenden parkeren;
  • - de aangevraagde standplaats leidt tot een onaanvaardbare toename van de parkeerdruk;
  • - in de directe omgeving van de aangevraagde standplaats onvoldoende parkeergelegenheid is voor klanten met gemotoriseerd vervoer;
  • - de ter plaatse benodigde vrije doorgang voor het verkeer wordt belemmerd;
  • - de standplaats anderszins verstorend of verwarrend werkt op de verkeerskundige inrichting ter plaatse of anderszins leidt tot onveilige verkeerssituaties of onveilig verkeersgedrag.

5.. In het belang van het waarborgen van een redelijk verzorgingsniveau voor de consument kan een vergunning tot het innemen van een standplaats worden geweigerd, indien

  • - in dan wel binnen een straal van 500 meter rondom een winkelcentrum dat minder dan vijf jaar geleden is geopend, een vergunning wordt gevraagd voor een branche die al in dat winkelcentrum is gevestigd;
  • - binnen het verzorgingsgebied in een bepaalde branche nog slechts één winkel is gevestigd die door de concurrentie van een vergunninghouder ten onder dreigt te gaan.