1.. Een standplaats moet door de vergunninghouder persoonlijk worden ingenomen; hij mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven.

2.. Op verzoek van burgemeester en wethouders of daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren legitimeert de vergunninghouder zich door middel van een geldig identiteitsbewijs.

3.. De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan.

4.. Bij ziekte en vakantie van de vergunninghouder kan deze zich laten vervangen, na toestemming van de marktmeester.

5.. De periode van vervanging wegens ziekte van de vergunninghouder bedraagt maximaal zes maanden, gerekend vanaf de eerste dag van afwezigheid.

6.. De periode van vervanging wegens vakantie van de vergunninghouder bedraagt maximaal zes weken per kalenderjaar.

7.. Wanneer een vergunninghouder zijn verkoopwagen aan een ander verkoopt, verhuurt of in gebruik geeft, verschaft dat de koper, huurder of gebruiker geen enkel recht op een vergunning voor een standplaats.