De in artikel 6 van de verordening opgenomen vorm van de noodsteun wordt als volgt verder uitgewerkt:
De vorm waarin Noodsteun wordt verstrekt is steeds maatwerk. Uitgangspunt is dat aan een partij die in aanmerking komt voor Noodsteun in beginsel een garantiestelling wordt verstrekt voor een bij de bank af te sluiten tijdelijke financiering. Is een garantiestelling niet mogelijk, dan zal de gemeente beoordelen of het verstrekken van een lening mogelijk is. Een bijdrage om niet wordt alleen aan verenigingen en stichtingen verstrekt en slechts indien sprake is van bijzondere omstandigheden en andere mogelijkheden niet toereikend zijn of geen oplossing bieden voor de Acute Noodsituatie.
Ten aanzien van door de gemeente eventueel te verstrekken leningen geldt in het algemeen een maximale looptijd van tien jaar. Het is niet mogelijk om de looptijd van deze tien jaar te overschrijden. Voor de rente en aflossing geldt dat:
het rentepercentage de eerste 365 dagen zoals vastgelegd in de privaatrechtelijke overeenkomst (het “eerste jaar”) 0% zal zijn en vanaf het tweede jaar maximaal 2%. In het eerste jaar zal er niet verplicht afgelost hoeven te worden.
De verplichte aflossingen starten vanaf het tweede jaar tot de resterende looptijd van de lening (maximaal tien jaar). Na het eerste jaar kan door de aanvrager van de Noodsteun een herbeoordeling aangevraagd worden waarbij wordt bekeken of de aflossing nog één jaar uitgesteld kan worden. Mocht uitstel verleend worden, dan wordt de totale periode van aflossing verkort aangezien de lening binnen de looptijd van maximaal tien jaar afgelost moet zijn.
Ten aanzien van garantiestellingen geldt dat:
De termijn voor de garantiestelling gelijk is aan de looptijd van de tijdelijke financiering van de bank;
De looptijd van de garantiestelling in alle gevallen niet meer dan tien jaar is, ook als de looptijd van de financiering van de bank meer dan tien jaar bedraagt;
De gemeente geeft een garantiestelling voor zover er geen verzwaarde voorwaarden aan financiering van de bank gelden (zie ook artikel 3 lid 3 nadere regels). Mochten er verzwaarde voorwaarden gelden, dan zal de gemeente beoordelen of het verstrekken van een lening mogelijk is.
Voor een lening en garantiestelling gelden tegenprestaties. Deze tegenprestaties zullen nader uitgewerkt worden in een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de gemeente en de ontvanger van de Noodsteun.
Een lening aan een vereniging of stichting kan onder voorwaarden omgezet worden naar een verstrekking om niet. Naast de eisen die in artikel 5 van de Verordening staan, kan een lening alleen omgezet worden naar een verstrekking om niet als:
de lening en vervolgens verstrekking om niet maximaal EUR 10.000,-- bedraagt;
de partij kan aantonen dat zij inspanningen heeft verricht om de gevolgen van de Coronacrisis te verminderen en om de lening te kunnen aflossen;
de partij de lening niet zonder (verdere) steun van de gemeente kan aflossen;
de partij geen structurele subsidie ontvangt en met een eenmalig bedrag uit de financiële problemen zal zijn; en
de partij door de verstrekking om niet kan blijven voortbestaan.
Artikel 4