Het totale beschikbare subsidiebudget voor de uitvoering van deze subsidieregeling wordt jaarlijks in de gemeentebegroting vastgesteld.
- - Er geldt een maximum bedrag per soort vereniging/sector en de aanvraag mag maximaal 50 % van de opgevoerde leidingkosten bedragen (zie art 4, lid 2 en 3.)
- - Voor de leidingkosten kunnen verenigingen het salaris opvoeren van een maximaal aantal leidinggevenden. Per soort vereniging geldt een maximum van:
- - Muziekkorpsen: 1 dirigent per onderdeel, 3 instructeurs)
- - Zangverenigingen: 1 dirigent
- - Instrumentale gezelschappen; 1 dirigent of 2 speelgroepleiders
- - Toneelverenigingen: 1 regisseur
- - Muziektheaterverenigingen: 1 dirigent, 1 regisseur
- - Dansverenigingen: 2x dansleiding
- - Verenigingen voor beeldende kunst: 1 instructeur (uitsluitend bedoeld voor professionele (bege)leiding bij activiteiten in verenigingsverband gericht op de verbetering van de kwaliteit van het werk en de voorbereiding van tentoonstellingen/exposities).
- - De structurele subsidie is gebaseerd op de subsidiabele kosten bestaande uit een procentuele bijdrage van 50% in de leidingkosten met een maximum bedrag per categorie:
€ 5.200,- voor muziekkorpsen en muziektheaterverenigingen
€ 2.300,- voor de overige categorieën
- - Scholen in de Kunst/Platform Amateurkunst beoordeelt de aanvragen en berekent het bedrag waarop de aanvragers aanspraak kunnen maken.
- - Als de toe te kennen bedragen gezamenlijk het subsidieplafond overschrijden, dan wordt toegekend op volgorde van binnenkomst. De eerste aanvraag die het plafond overschrijdt - en alle daaropvolgende aanvragen die het plafond overschrijden - worden afgewezen.