De termijn voor het geven van een beschikking wordt
opgeschort:
gedurende de termijn waarvoor de aanvrager schriftelijk
met uitstel heeft ingestemd,
zolang de vertraging aan de aanvrager kan worden
toegerekend,
zolang het bestuursorgaan door overmacht niet in staat
is een
beschikking te geven;
gedurende de termijn dat het bestuursorgaan voor het
nemen van de beschikking noodzakelijke informatie bij
derden heeft opgevraagd, maar nog niet heeft ontvangen,
tot de dag dat deze informatie is ontvangen of verder
uitstel niet meer redelijk is
In geval van overmacht deelt het bestuursorgaan zo spoedig
mogelijk aan de aanvrager mee dat de beslistermijn is opgeschort
en binnen welke termijn de beschikking wel tegemoet kan worden
gezien.
Indien de opschorting eindigt, deelt het bestuursorgaan dat in
de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c en d, zo
spoedig mogelijk aan de aanvrager mee, onder vermelding van de
termijn binnen welke de beschikking alsnog zal worden
gegeven.