Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Verschuldigdheid van de dwangsom

Onderdeel van Verordening Dwangsom bij niet tijdig beslissen

Indien een beschikking op aanvraag niet tijdig wordt gegeven, verbeurt het bestuursorgaan aan de aanvrager een dwangsom voor elke dag dat het in gebreke is. De dwangsom bedraagt € 20,- voor elke dag dat zij in gebreke is. De dwangsom bedraagt niet meer dan € 1.000,-. De eerste dag waarover de dwangsom verschuldigd is, is de dag waarop twee weken zijn verstreken na de dag waarop het bestuursorgaan van de aanvrager een ingebrekestelling heeft ontvangen. Een ingebrekestelling kan worden verzonden zodra het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een beschikking te geven. Bezwaar of beroep tegen het niet tijdig geven van de beschikking schorst niet de werking van de dwangsom. Geen dwangsom is verschuldigd indien: het bestuursorgaan onredelijk laat in gebreke is gesteld, het niet tijdig beslissen te wijten is aan de aanvrager, de aanvrager geen belanghebbende is, of de aanvraag kennelijk niet ontvankelijk of kennelijk niet gegrond is, het bestuursorgaan door overmacht niet in staat is een beschikking te geven; de aanvrager met uitstel akkoord is gegaan. Indien er meer dan één aanvrager is, is de dwangsom aan ieder van de aanvragers voor een gelijk deel verschuldigd.

Rechtspraak bij dit artikel