** 1. .** Uittreding uit deze regeling is slechts mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio’s zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s.
** 2. .** Bij afwezigheid van een wettelijke voorziening omtrent uittreding is uittreding slechts mogelijk na voltooiing van het uittredingsproces zoals beschreven in lid 3 tot en met 12 van dit artikel.
** 3. .** De hoogte van de uittreedsom wordt bepaald door de frictiekosten en desintegratiekosten. Het algemeen bestuur stelt de uittreedsom vast bij besluit genomen bij meerderheid van stemmen.
** 4. .** De deelnemende gemeenten hanteren als uitgangspunt dat de uittredende gemeente over een periode van vijf jaar de eigen bijdrage moet doorbetalen, waarbij deze bijdrage ieder jaar met twintig procent afneemt, zodat de uittredende gemeente in het zesde jaar niet meer hoeft te betalen, tenzij de bevindingen van de projectgroep aanleiding vormen tot bijstelling van dat uitgangspunt.
** 5. .** De gevolgen van de uittreding worden in kaart gebracht door een projectgroep.
** 6. .** De projectgroep wordt samengesteld door het dagelijks bestuur en bestaat uit een afgevaardigde van het dagelijks bestuur, een afgevaardigde van de uittredende gemeente en één of meer onafhankelijk deskundigen, in gezamenlijkheid te benoemen. De kosten van de in te schakelen deskundigen komen voor rekening van de uittredende gemeente.
** 7. .** De projectgroep rapporteert aan het dagelijks bestuur.
** 8. .** Het algemeen bestuur neemt het besluit tot vaststelling van de uittreedsom uiterlijk twaalf maanden na ontvangst van het gemeentelijke uittredingsbesluit als dat aan de orde is of twaalf maanden nadat de indeling in regio’s zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s is gewijzigd. De beslistermijn kan éénmaal worden verdaagd met zes maanden.
** 9. .** De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het college van hun gemeente binnen acht weken hun zienswijze naar voren brengen over de uittreding.
** 10. .** De raden van de deelnemende gemeenten dienen toestemming te geven, alvorens de colleges overgaan tot het voltooien van het uittredingsproces.
** 11. .** De ondernemingsraad en/of het lokaal overleg worden betrokken bij het uittredingsproces en in de gelegenheid gesteld om hun bevoegdheden ten aanzien van de uittreding uit te oefenen.
** 12. .** De uittredende gemeente blijft tot aan het moment van daadwerkelijke uittreding volwaardig deelnemer en dient tot aan dat moment al zijn verplichtingen na te komen met betrekking tot deze gemeenschappelijke regeling.
** 13. .** Na uittreding van de betreffende gemeente stelt het dagelijks bestuur de aanpassing van de onderhavige gemeenschappelijke regeling op, met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 van de wet.
** 14. .** De aangepaste gemeenschappelijke regeling wordt bekend gemaakt overeenkomstig het bepaalde in artikel 26 van de wet.
HOOFDSTUK 15
Artikel 35a
Uittreding
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Gelderland-Zuid