Naar hoofdinhoud
Voor een duidelijk en weloverwogen VTH-beleid is het noodzakelijk om prioriteiten te stellen. Door het stellen van prioriteiten kunnen de beschikbare middelen en capaciteit efficiënter worden ingezet. Opgemerkt moet worden dat de probleem- en risicoanalyse slechts een momentopname betreft. Die analyse wordt jaarlijks getoetst op actualiteit en zo nodig herzien. Op basis van de jaarlijkse analyse wordt het VTH-programma opgesteld. In hoofdlijnen kan onderscheid gemaakt worden in drie gebieden: de dorpskern, bedrijventerreinen en het buitengebied. Elk gebied kent zijn eigen problematiek en de daaraan verbonden risico’s. Bij de toets vooraf en het toezicht en handhaving achteraf wordt nauw samengewerkt met de RUD Utrecht. Probleemanalyse dorpskern (bebouwde kom) Binnen de dorpskern is het van belang om een juiste balans te vinden tussen de soms grote diversiteit aan voorkomende functies en activiteiten. Levendigheid en bedrijvigheid staan soms haaks op de leefbaarheid van de omgeving. Het gaat hier bijvoorbeeld om functies als het gemeentehuis, scholen, de sporthal, het partycentrum en winkels. De leefbaarheid wordt bijvoorbeeld verminderd door geluidsoverlast van horeca en laad- en losactiviteiten bij winkels. Gebouwen met een openbare functie worden door veel mensen (tegelijk) bezocht. De brandveiligheid en constructieve veiligheid binnen en rondom gebouwen met een dergelijke functie zijn van groot belang. Naast deze categorie gebouwen, hebben we in de dorpskern ook te maken met woningbouw. Hierbij is onderscheid te maken in grondgebonden en gestapelde woningbouw, de laatste categorie soms met een verscheidenheid aan functies op de begane grond. Bij grondgebonden woningbouw is veelal sprake van een gering risico. Bij gestapelde woningbouw zijn vooral constructieve veiligheid en brandveiligheid van belang. Probleemanalyse bedrijventerreinen Bedrijventerreinen kennen een eigen problematiek. Ook hier is het van belang om een juiste balans te vinden tussen de verschillende voorkomende functies. De reikwijdte is hier echter wel kleiner dan binnen de dorpskern: de voorkomende functies zijn in principe allen aanwezig in het kader van bedrijvigheid. De gebieden Parallelweg, Klein Landaas zijn de twee bedrijventerreinen in Woudenberg. Deze liggen aan de oostkant van de dorpskern. Op dit moment is er nauwelijks ruimte voor nieuwe bedrijven. Woudenberg heeft 8 inrichtingen die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) waarvan 1 provinciale BRZO-inrichting (Besluit risicio’s zware ongevallen): Het bedrijventerrein Klein Landaas ligt binnen de bebouwde kom, tegen woningen aan. Op dit bedrijventerrein zijn bedrijfswoningen aanwezig. Op Klein Landaas zijn bedrijven tot en met categorie 2 toegestaan. Het bedrijventerrein Parallelweg is zeer divers. Hier is de maximale categorie 3 en in sommige gevallen categorie 4 toegestaan (BRZO-bedrijf). Er zijn een aantal (bedrijfs-)woningen op het bedrijventerrein gevestigd. Daarnaast zijn er enkele detailhandelgerichte bedrijven gevestigd aan de rand van het bedrijventerrein, zoals een supermarkt. Probleemanalyse buitengebied In het buitengebied zijn enkele belangrijke functies in hoofdzaak te onderscheiden. De agrarische en de recreatieve sector zijn hier breed vertegenwoordigd. De recreatie kent een concentratie rond het Henschotermeer. Daarnaast vindt in het buitengebied (veelal solitair gelegen) bedrijvigheid plaats, wordt er (solitair) gewoond en lopen er belangrijke transportleidingen van gas, water, elektra en infrastructurele hoofdverbindingen doorheen. Het buitengebied is een grootschalig gebied met een grote diversiteit aan functies. Deze functies staan soms op gespannen voet met elkaar, waardoor een zorgvuldige afweging op zijn plaats is. De veranderingen in de landbouw en de omvang van met name de aanwezige schuren maakt dat het soms moeilijk te overzien is op welke plekken illegale bebouwing of strijdig gebruik ontstaat. Het risico van ondermijning is in het buitengebied, gelijk aan andere gemeenten, groot. Recreatieve sector De recreatieve sector is een belangrijke sector in onze gemeente: er werken veel mensen, er komen veel mensen recreëren. Het gebruik van de gronden en de gebouwen voor recreatieve doeleinden wijkt af van de overige functies: de recreant maakt relatief kort gebruik van de voorzieningen en is niet altijd bekend met het gebouw of de omgeving waar men is. Ook zijn veel recreatieve gebouwen geschikt voor het (kortstondig) ontvangen van grote groepen mensen. Het is niet toegestaan om (permanent) in een recreatief verblijf te wonen. Hiervoor is met de recreatieve ondernemers een convenant afgesloten. Agrarische sector De agrarische sector is vanouds rijk vertegenwoordigd in de gemeente Woudenberg. Het buitengebied is voor een groot deel in gebruik door al dan niet grondgebonden agrariërs. Dit gebruik kan op gespannen voet staan met de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden van het gebied. Aanwezige kwetsbare (natuur)gebieden en functies als wonen kunnen daarentegen de mogelijkheden van het agrarisch bedrijf beperken. De risico’s in de agrarische sector hebben vooral te maken met milieuaspecten van het bedrijf en de omgeving. Tevens ontstaat door de verandering van de landbouw en het al dan niet gedwongen stoppen van ondernemers een risico dat vanuit de leegkomende bedrijfsgebouwen andere functies ontstaan met bijvoorbeeld criminele activiteiten. Het VAB (vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing) beleid moet dit risico van ondermijning verkleinen. Door de ruimte voor ruimte regeling toe te passen voor de vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing vindt er geleidelijk een verschuiving plaats van een gebied met overwegend actieve agrarische inrichtingen naar een gebied met meerdere burgerwoningen. Door deze verschuiving krijgt het gebied ook een ander beschermingsregime vanuit milieu- wet en regelgeving. Dit kan als effect hebben dat de nog wel actieve agrarische inrichtingen geen uitbreidingsmogelijkheden meer hebben. De gemeente Woudenberg speelt in op bovenstaande ontwikkelingen in het buitengebied door de functies van oude agrarische gebouwen te herzien in de op te stellen ruimtelijke plannen.

Rechtspraak bij dit artikel