**1..** Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:
in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarvoor subsidie is verleend;
in alle andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.
**2..** De aanvraag bevat:
een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;
een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);
een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop;
**3..** Bij subsidiebeleidsregel kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd;
**4..** Het college kan bepalen dat ook andere, of meer of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.
Toelichting
In de model-ASV is de hoofdregel met betrekking tot de termijnen voor het indienen tot vaststelling opgenomen. In het geval het bij een specifieke subsidiebeleidsregel te voorzien valt dat een daarvan afwijkende termijn wenselijk is, kan deze op grond van het artikel 18 lid 3 ASV2020 in de subsidiebeleidsregel worden vastgesteld.
Bij subsidies vanaf € 50.000 wordt uitgegaan van de traditionele afrekening van subsidies, namelijk op basis van gerealiseerde kosten en baten. De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van uitgevoerde activiteiten en gerealiseerde kosten. Bij de financiële eindverantwoording mag de subsidieverstrekker een door een accountant opgesteld stuk vragen. De model-ASV biedt de basis om in een subsidiebeleidsregel te bepalen dat er ook andere, waaronder minder óf meer, gegevens gevraagd worden.
Als een controleverslag van een accountant bij een bepaald soort subsidies niet nodig is, kan dat in de desbetreffende subsidiebeleidsregel worden neergelegd. Zekerheid kan bijvoorbeeld deels ook worden verkregen door steekproefsgewijze controles van de uitvoeringsinstanties of door verantwoording in de jaarrekening van een instelling. Vanuit het oogpunt van lastenverlichting wordt hier dus ruimte gecreëerd om uiting te geven aan het uitgangspunt dat de verantwoordingslasten in verhouding moeten staan tot de hoogte van het subsidiebedrag.
HOOFDSTUK 6
Artikel 18.