**1..** Een subsidie kan slechts worden verleend aan rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid;
**2..** Het college kan in subsidiebeleidsregels en in bijzondere gevallen bepalen dat subsidie kan worden verleend aan aanvragers zonder volledige rechtspersoonlijkheid of aan natuurlijke personen.
**3..** Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk of digitaal ingediend bij het college. Als hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld geschiedt dit met gebruikmaking daarvan.
**4..** Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over:
een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd
de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;
een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;
als de aanvrager een onderneming is:
een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de-minimissteun (de-minimisverklaring);
als het een subsidie betreft die per kalenderjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de reserve(s) op het moment van de aanvraag;
**5..** Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar;
**6..** Het college is bevoegd ook andere, of slechts enkele dan voornoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk, respectievelijk voldoende zijn.
**7..** Onverminderd het bepaalde in artikel 4:2 van de wet kan het college besluiten dat geen aanvullende gegevens overgelegd behoeven te worden.
Toelichting artikel 6 (gezien de grote mate van vrijheid biedt de model-ASV geen uitgewerkte modelbepaling)
Het tweede lid richt zich expliciet op (in een beleidsregel uit te werken) kleine initiatieven uit de samenleving die tot doel hebben om de betrokkenheid bij en de leefbaarheid in de wijk te vergroten. Deze initiatieven:
sluiten aan op de ambities en kernwaarden zoals verwoord in de gemeentelijke visie en in het Wmo beleidsplan,
komen vanuit de samenleving zelf en heeft draagvlak bij de bewoners, en
wordt (mede)uitgevoerd door de bewoners, vrijwilligers en andere onbetaalde medewerkers, met zo min mogelijk professionele ondersteuning.
Daarbij staat dat bewoners/aanvragers zelf initiatieven ontplooien, zelf organiseren, zelf financieren en zelf uitvoeren.
In het derde lid is bepaald dat een aanvraag voor subsidie schriftelijk dient te worden gedaan. Met ‘schriftelijk’ is meer bedoeld dan ‘op papier geschreven’. Zo kan een aanvraag ook digitaal worden gedaan, mits het college het door hem vastgestelde formulier ook in digitale vorm beschikbaar heeft gesteld. In het derde en vierde lid is bepaald welke stukken en gegevens bij de aanvraag overlegd dienen te worden.
Bij een subsidie aan een onderneming moet voorkomen worden dat subsidie wordt verleend die niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (hierna VWEU). Daarom zijn een tweetal aanvraagvereisten opgenomen die specifiek voor ondernemingen gelden. Ten eerste, om ontoelaatbare cumulatie te voorkomen wordt een overzicht gevraagd van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd (tweede lid, onderdeel d, onder 1). Het gaat naast subsidie bijvoorbeeld om garanties, leningen, korting op de grondprijs, etc. Ten tweede, om subsidie onder de de-minimisverordening te kunnen verlenen moet de onderneming een de-minimisverordening gevraagd worden (tweede lid, onderdeel d, onder 2). Op basis van een ingeleverde de-minimisverklaring dient het college te controleren of verlenen van de subsidie in overeenstemming is met de de-minimisverordening. Als de subsidiebeleidsregel onder de de-minimisverordening wordt gebracht, kan het voor de hand liggen om reeds bij de aanvraag om een de-minimisverklaring te vragen. Zie daarover verder www.europadecentraal.nl en de bij de model-ASV behorende VNG ledenbrieven Lbr. 13/075 van 27 september 2013, en Lbr. 16/056 van 8 juli 2016.
In dit artikel wordt aangegeven welke gegevens minimaal aangeleverd dienen te worden om enerzijds de aanvraag met voldoende argumenten te onderbouwen en anderzijds het college in staat te stellen om zich een goed beeld van de betrokken belangen te kunnen vormen. Het college kan op grond van lid 6 en 7 van dit artikel besluiten dat bepaalde gegevens niet behoeven te worden overlegd, maar ook om extra gegevens verzoeken. In het laatste geval kan het college een redelijke termijn stellen waarbinnen de aanvullende informatie moet worden ingediend.
HOOFDSTUK 2
Artikel 6