Naar hoofdinhoud
1.. De verlening van een persoonsgebonden budget kan geweigerd of ingetrokken worden indien: de cliënt geen volledig ingevuld budgetplan heeft overlegd volgens het door het college vastgestelde model; de cliënt weigert het budgetplan desgevraagd met het college te bespreken of verschijnt zonder geldige reden niet op de afspraak om het budgetplan te bespreken; de cliënt zich niet heeft gehouden aan bij de verstrekking van enkele eerder opgelegde verplichtingen bij een persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onderdeel a, d en e. van de Wet Maatschappelijke ondersteuning 2015; naar het oordeel van het college onvoldoende aannemelijk is dat met het persoonsgebonden budget zal worden voorzien in toereikende ondersteuning van goede kwaliteit. Bij het beoordelen van de kwaliteit weegt het college mee of de diensten en andere maatregelen in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt; de cliënt zelf of met hulp van zijn sociale netwerk of een vertegenwoordiger, geen regie kan voeren over de benodigde zorg en begeleiding en over het beheer van een persoonsgebonden budget; de ingekochte zorg is niet conform het goedgekeurde budgetplan (controle achteraf, pgb kan ingetrokken en teruggevorderd worden); het budgetplan of de ingekochte zorg omvat zorg of hulp die algemeen gebruikelijk is; blijkt dat bij een eerder verstrekt Pgb geen of onvoldoende voortgang is geboekt op de gestelde resultaten. 2.. Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een pgb niet gewenst is. Een pgb afwijzen op overwegende bezwaren, vereist een gedegen feitelijke onderbouwing. Die onderbouwing wordt in de beschikking opgenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel