1.2.1 Bevoegd gezag
In de meeste situaties is bij het toepassen van grond op of in de landbodem de gemeente voor haar eigen grondgebied het bevoegd gezag. Binnen inrichtingen die onder de Wet milieubeheer[5] vallen, reguleert het in deze Wet aangegeven bevoegd gezag het grondverzet.
Voor toepassingen op of in de waterbodem en in een oppervlaktewaterlichaam is de waterkwaliteitsbeheerder bevoegd gezag. In de gemeente Purmerend is dat het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.
1.2.2 Reikwijdte
Deze nota bodembeheer heeft betrekking op het hergebruik/toepassen en het tijdelijk opslaan van grond op of in de landbodem binnen het gemeentelijke grondgebied. Voor alle toepassingen van grond geldt dat deze functioneel, nuttig, moeten zijn (zie § 2.1.1 van bijlage 2). Als dat niet zo is, wordt de grond niet nuttig hergebruikt en wordt de grond als afvalstof gezien. Dit geldt óók voor schone grond. Een voorbeeld hiervan is het creëren van overhoogte op een geluidswal zonder dat dit vanuit geluidswering noodzakelijk is.
Voor het ontgraven en tijdelijk opslaan van grond in het kader van gevallen van ernstige bodemverontreiniging geldt de Wet bodembescherming[6]. Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2021 in werking en vervalt de Wet bodembescherming. Diverse onderwerpen vanuit de Wet bodembescherming komen in de Aanvullingswet en -besluit bodem Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving aan de orde. Ook moeten bepaalde onderwerpen worden opgenomen in het Omgevingsplan en/of de Omgevingsverordening.
Voor het verspreiden van baggerspecie over aangrenzende percelen geldt een bijzonder kader met acceptatieplicht voor de aangelanden op basis van de Waterwet[7] en de Keur van waterschappen. Voor het inrichten van een weilanddepot voor baggerspecie moet in de gemeente een omgevingsvergunning (vroeger aanlegvergunning) worden aangevraagd (artikel 2.1 lid 1 onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht[8]). Afhankelijk van de locatie is ook een ontheffing noodzakelijk van het daar geldende bestemmingsplan.
Het in deze nota geformuleerde grondstromenbeleid heeft geen betrekking op toepassingen van grond in een oppervlaktewaterlichaam tenzij het om een demping van een oppervlaktewaterlichaam gaat waardoor feitelijk een landbodem ontstaat. In die situatie worden nadere afspraken gemaakt tussen de waterkwaliteitsbeheerder (Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier) en de gemeente.
1.2.3 Gebied waar dit beleid van toepassing op is en grens landbodem-waterbodem
1.2.3.1 Gebied waar dit beleid van toepassing op is
Het gebied waarvoor de gemeente beleid heeft opgesteld in het kader van het (nuttig) toepassen van grond omvat het gemeentelijke grondgebied met uitzondering van:
Rijkswegen, spoorwegen en wegen in het beheer van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (voor wat betreft de ontgravingskaart).
Aangewezen verdachte percelen en uitgesloten gebieden (zie bijlage 5).
Locaties met of die verdacht zijn voor een (sterke) bodemverontreiniging; inclusief locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen 1Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende2Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen. en verwerkende bedrijven3Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica., inzet blusschuim4Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvleden (burgerluchtvaart). en secundaire bronnen5Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers), gebruik bestrijdingsmiddelen.). Hierbij wordt opgemerkt dat er vooralsnog geen relatie is aangetoond tussen PFAS-verbindingen en bestrijdingsmiddelen.
Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (voor wat betreft de ontgravingskaart).
(Voormalige) stortplaatsen (voor wat betreft de ontgravingskaart):
Oudelandsdijkje.
Trimpad.
Van IJssendijkstraat 186.
Waterbodems (andere beheerorganisatie).
Ook het grondwater wordt uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart.
1.2.3.2 Grens landbodem-waterbodem
De definitie van de grens tussen landbodem en waterbodem is aangegeven in artikel 1 van de Waterwet: “Oppervlaktewaterlichaam: 'samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende waterbodem, oevers en voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens deze wet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna'.”
In aanvulling op deze reikwijdte en definitie wordt in deze nota de definitie van 'oever' nauwkeurig omschreven. Hierbij wordt aangesloten bij de Beleidsnotitie Besluit bodemkwaliteit[9] die in opdracht van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is opgesteld. Op basis hiervan is de grens tussen landbodem en waterbodem aangegeven in de figuren 1.1, 1.2 en 1.3.
Voor het plaatsen van een beschoeiing moet conform de Waterwet een vergunning worden aangevraagd bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Het opvullen met grond van de ruimte achter de beschoeiing valt onder het Besluit. In die situatie worden nadere afspraken gemaakt tussen het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en de gemeente.
Figuur 1.1. Visuele beoordeling insteek van de oever als afbakening van het oppervlaktewaterlichaam.
Figuur 1.2. De buitenkruinlijn van een waterkering als afbakening van het oppervlaktewaterlichaam.
Figuur 1.3. Afbakening waterbeheergebied bij beschoeide oevers die niet zijn vastgelegd in de legger.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.2
Afbakening nota bodembeheer
Onderdeel van Nota bodembeheer gemeente Purmerend