In hoofdstuk 2 van deze beleidsregel is het wettelijke kader beschreven. Hoofdstuk 3 vormt de kern van deze beleidsregel. Hierin is de procedure voor het verlenen van hogere waarden beschreven. Hoofdstuk 4 gaat in op voorwaarden bij de aanleg of wijziging (reconstructie) aan een weg en bij ontwikkelingen (na)bij gezoneerde industrieterreinen.
Enkele in deze beleidsregel gebruikte begrippen uit de Wet geluidhinder zijn toegelicht in bijlage 1. In bijlage 2 is een overzicht van de wettelijke geluidsnormen opgenomen. In bijlage 3 worden situaties die gebruikt kunnen worden in de motivering voor het vaststellen van hogere waarden beschreven. Dit is een niet limitatieve opsomming. Bijlage 4 geeft schematisch de samenloop van de ruimtelijke procedure en de procedure voor het vaststellen van hogere waarden weer.
In de laatste bijlage 5 zijn de gemeentelijke voorwaarden aan maatregelen bij de ontvanger opgenomen. Dit is ook handig voor externe (akoestische) adviesbureaus omdat daar veel gemeente-specifieke zaken te vinden zijn. De voorwaarden in deze bijlage zijn of geformuleerd als eis, zoals de aanwezigheid van een geluidluwe gevel of als een inspanningsverplichting. Dit laatste houdt in dat als niet aan een voorwaarde kan worden voldaan, de initiatiefnemer dient te motiveren waarom dat niet kan of waarom voor een alternatieve oplossing is gekozen. De initiatiefnemer geeft dan aan welke compensatie hiervoor in het plan aanwezig is.
In deze beleidsregel wordt regelmatig verwezen naar wetsartikelen. Deze zijn via internet te vinden op www.wetten.overheid.nl of op te vragen bij de gemeente via de Omgevingsdienst2Omgevingsdienst regio Utrecht of haar rechtsopvolger .
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.5