Naar hoofdinhoud
De Wet geluidhinder regelt de beheersing van de geluidshinder vanwege weg- en spoorverkeer en gezoneerde industrieterreinen. De wet is gekoppeld aan de Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Ruimtelijke plannen moeten voldoen aan geluidsnormen. Het wettelijke regime maakt onderscheid tussen bestaande en nieuwe situaties. De normen zijn voor nieuwe situaties strenger dan voor bestaande situaties. Hieronder volgt een overzicht van enkele belangrijke onderwerpen uit de Wgh. Voorkeursvolgorde maatregelen De Wgh hanteert een voorkeursvolgorde bij de bestrijding van geluidshinder, te weten: maatregelen aan de bron, zoals verkeer beperkende maatregelen of geluid reducerend asfalt; overdrachtsmaatregelen, zoals geluidsschermen of het in acht nemen van afstand tussen de geluidsbron en de ontvanger van het geluid; maatregelen bij de ontvanger, zoals de realisatie van gevelisolatie bij woningen of de indeling van woningen. Geluidsgevoelige bestemmingen In de Wet geluidhinder en de bijbehorende besluiten is aangegeven welke gebouwen of terreinen bescherming genieten tegen geluid. Binnen dit beleid worden deze objecten ‘geluidsgevoelige bestemmingen’ genoemd. Deze zijn vermeld in bijlage 1. Recreatiewoningen en campings worden in de Wgh niet aangemerkt als geluidsgevoelige bestemmingen. De gemeente heeft als uitgangspunt dat recreërende mensen moeten kunnen genieten van een leefomgeving zonder er geluidshinder te ervaren. Het onderwerp geluid maakt daarom deel uit van de integrale afwegingen bij planontwikkeling van of nabij recreatieobjecten zoals recreatiewoningen en campings. Geluidszones Geluid en hinder zijn ruimtelijk bepaald: het geluidsniveau neemt af bij toenemende afstand tussen de bron en de ontvanger. De wetgever heeft om die reden gekozen voor het definiëren van ruimtelijke aandachtsgebieden, de zogeheten geluidszones. Er zijn zones gedefinieerd voor drie geluidsbronnen: wegverkeer, railverkeer en industrieterreinen met grote lawaaimakers (gezoneerde industrieterreinen). Geluidsnormen Aan zones zijn verschillende geluidsnormen gekoppeld voor elk van de geluidsbronnen. De normstelling onderscheidt een voorkeurswaarde en een maximale ontheffingswaarde. Deze normen zijn in bijlage 2 weergegeven. De voorkeurswaarde voor geluid wordt voor alle (nieuwe) geluidsgevoelige bestemmingen nagestreefd. Realisatie hiervan is echter niet overal en altijd mogelijk. Daarom bevat de Wet geluidhinder de mogelijkheid om hogere waarden vast te stellen tot de maximale ontheffingswaarde. Hogere waarden De gemeente heeft de bevoegdheid om ontheffing van de voorkeurswaarde te verlenen. Hiervoor voert zij een procedure voor het vaststellen van hogere waarden om hogere geluidsniveaus, de hogere waarden, aan een toekomstige situatie toe te staan. Zij verbindt hieraan wel voorwaarden, zoals de aanwezigheid van een geluidluwe gevel. In deze beleidsregel zijn de voorwaarden in hoofdstuk 3 en in bijlage 5 vermeld. Een voorbeeld van de procedure is in bijlage 4 geschetst.

Rechtspraak bij dit artikel