Naar hoofdinhoud
1.. De subsidievaststelling vindt plaats op aanvraag van de subsidieontvanger. 2.. De aanvraag tot vaststelling wordt ingediend bij het college vóór 20 januari van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft. 3.. De aanvraag tot vaststelling bevat: per kindercentrum, een overzicht van peuters in het betreffende kalenderjaar, onderverdeeld naar reguliere peuters, VVE-peuters ZKT en VVE-peuters MKT, met vermelding van: uniek registratienummer; cijfers postcode; woonplaats; geboortemaand en –jaar; datum VVE-indicatie GGD (alleen benodigd bij VVE-peuters); datum inkomensverklaring (alleen benodigd voor peuters ZKT en VVE-peuters ZKT); datum start deelname peuterprogramma; het aantal uren en weken opvang zoals met de ouder(s)/ verzorger(s) overeengekomen; (voor zover van toepassing) datum beëindiging deelname peuterprogramma. een overzicht waaruit de deelname aan netwerkbijeenkomsten, zoals bedoeld in artikel 6, lid 4, van deze nadere regels, blijkt; een jaarverslag met daarin beschreven de activiteiten, zoals genoemd in artikel 4, lid 2, sub b, van deze nadere regels, de wijze waarop deze zijn uitgevoerd, de daarbij getroffen maatregelen en de behaalde resultaten. 4.. Het college is bevoegd – naast de informatie en/of bescheiden als genoemd in het derde lid – andere informatie en/of bescheiden te verlangen, voor zover dat: voor een goede beoordeling van een aanvraag tot vaststelling nodig is; nodig is voor het desgevraagd verstrekken van informatie aan overheidsinstellingen of daaraan verbonden inspectiediensten. 5.. Het college is bevoegd genoegen te nemen met minder informatie en/of bescheiden dan genoemd in het derde lid, voor zover dat redelijkerwijs een goede beoordeling van een aanvraag tot vaststelling niet in de weg staat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel