Bij de vaststelling betreft de subsidie per aanvrager het bedrag, zoals opgenomen in artikel 6, lid 4, van de nadere regels.
Wanneer de aanvrager gedurende het kalenderjaar waarvoor een subsidie is verleend heeft opgehouden uitvoering te geven aan de activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3 van deze nadere regels, vindt de vaststelling van de subsidie naar rato plaats, dat wil zeggen rekening houdende met het aantal weken dat de activiteit is uitgevoerd.
Hoofdstuk 6
Artikel 14