Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Agrarisch II

Onderdeel van Buitengebied Zuid Hoogeveen 2018

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'AgrarischII' aangewezen gronden zijn bestemd voor: behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden; en voor de volgendesociaal-economische doeleinden: uitoefening van het agrarisch bedrijf; bosbouw; dagrecreatie; wonen, uitsluitend voorzover  de gronden zijn aangeduid met  'woning', 'woning landgoed' en/of 'dubbele woning'; kwekerij, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangeduidmet 'kwekerij'; tuincentrum, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangegeven met 'tuincentrum'; niet-agrarische bedrijven, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'bedrijven, categorie B1' en 'bedrijven, categorie B2; volkstuincomplex, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangegeven met 'volkstuincomplex'; maatschappelijke doeleinden, uitsluitende ter plaatse van de  aanduiding "maatschappelijke doeleinden"; begraafplaats, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduidmet 'begraafplaats; dierenbegraafplaats, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'dierenbegraafplaats'; sportterrein, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangegeven met 'sportterrein'; manege, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangegeven met 'manege'; bestaand bos, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangeduidmet 'bestaand bos'; opslagterrein, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangegeven met 'opslagterrein'; verkeer, uitsluitendvoorzover het de bestaande wegen betreft; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; ontsluitingsvoorzieningen ten behoeve van aanduidingen en bouwvlakken. 4.1.1 Nadereuitwerking bestemmingsomschrijving In het doel'behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden' is het aanbrengen vanlandschapselementen groter dan 1 ha niet begrepen. In het doel 'tuincentrum' is detailhandel in speelmaterialen, erfafscheidingsproducten, tuinhuisjes, bestratingsmaterialen et cetera begrepen. Binnen het gebied dat op de toetsingskaart is voorzienvan de aanduiding 'nieuw vestiging tuincentra en kwekerijen (detail- en groothandel)' is groothandel in bomen, struiken en planten in het doel 'tuincentrum' inbegrepen. In het doel 'uitoefening vanhet agrarisch bedrijf' zijn kwekerijen niet begrepen. In het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' is het vergisten van mest/organische bijproducten begrepen tot een doorzet van maximaal 100 ton per etmaal. Het doel 'volkstuincomplex' is beperkt tot de inrichtingen het gebruik van het perceel voor het telen van gewassenten behoeve van consumptie, alsmede het oprichten van(teelt)ondersteunende gebouwen. Mestopslagplaatsen, toren- en sleufsilo's, buiten het in 4.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak, zijn niet in het doel 'uitoefening vanhet agrarisch bedrijf' begrepen. Het doel 'bosbouw'is beperkt tot bestaand bos, bestaande bosstroken en de aanleg van bos en bosstroken. De aanleg van bos en bosstrokenis niet toegestaan voorzover de gronden zijn aangeduid met 'open gebied'. Het doel 'niet-agrarische bedrijven' is beperkt tot de op het moment dat de beheersverordening is vastgesteld aanwezigebedrijfsuitoefening en voor nijverheidsbedrijven of ambachtelijke of dienstverlenende bedrijven (waaronder opslag begrepen)genoemd in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijven dan wel hiermee wat betreft het leefklimaat vergelijkbare bedrijven. Bij de beoordeling of sprake is van een bedrijf dat wat betreft het leefklimaat vergelijkbaar is met de bedrijvengenoemd in de categorieën 1 en 2, ligt de nadruk op de aspectengeluid, lucht, water, bodem en verkeer. In het doel 'Ontsluitingsvoorzieningen ten behoeve van aanduidingen en bouwvlakken' geldt dat nieuwe ontsluitingsvoorziening alleen zijn toegestaan, voorzover de overige doeleindenuit de bestemmingniet in hun doelmatig gebruiken/of hun functie worden beperkt. De doeleinden ten aanzien van het behoud en herstelvan de landschappelijke en natuurlijke waarden worden nagestreefd door middel van behoud en/of herstel van de volgende essentiële ruimtelijke randvoorwaarden: - kleinschalig gebied; - fwisseling tussen open landbouw en beslotenbosstroken; - waardevolle oudere loofbosjes, houtwallen en houtsingels; - waardevolle poelen is bosgebiedbij Derde Wijk; - cultuurhistorische waardevolle wijken; - lintbebouwing en verspreide bebouwing; - bebouwing in één bouwlaag met kap. - Het doel 'dagrecreatie' is beperkt tot de inrichting en hetgebruik van de bestaande dagrecreatieve terreinen en van dagrecreatieve voorzieningen in de vorm van voet-, fiets- en ruiterpaden, picknick-plaatsen, parkeervoorzieningen, visoevers en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen en voorzover op de plankaart aangegeven met 'dagrecreatie' tevens voor een golfterrein. Van de in de bestemmingbegrepen wegen mag het aantal rijstroken ten hoogste twee bedragen. 4.1.2 Onderlinge verhoudingen Ondergeschikte doeleinden Alle overige doeleinden zijn ondergeschikt aan het doel 'uitoefening van het agrarischbedrijf' en 'behoud en herstelvan de landschappelijke en natuurlijke waarden'. Bovengeschikte doeleinden Het doel 'uitoefening van het agrarischbedrijf'en 'behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden' zijn bovengeschikt aan de overigedoeleinden. Nevengeschikte doeleinden Voorzover de onderlinge verhouding niet is aangemerkt als ondergeschikt of bovengeschikt zijnde doeleinden nevengeschikt aan elkaar. Voorzover activiteiten slechts toelaatbaar zijn op grond van een afwijking of aanlegvergunning zal voorzoverhet betreft het behoud en/of herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden de onderlinge verhouding worden bepaald ten opzichte van de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de in 4.1 genoemde kenmerken en kwaliteiten 4.2 Bouwregels 4.2.1 Bebouwing ten dienste van de bedrijfsmatigeuitoefening van het agrarisch bedrijf de uitoefening van een agrarisch bedrijf met bijbehorende bebouwing, ter plaatse van de Buitengebied Zuid Hoogeveen 2018 NL.IMRO.0118.2018BV9000001-VG01 vastgesteld 78 27 februari 2020 aanduiding 'agrarisch bedrijf', mits deze gegroepeerd wordt binnen een oppervlakte van 1,5 ha; de uitoefening van een agrarisch bedrijf met bijbehorende bebouwing waarbij een intensieve tak is uitgesloten, ter plaatse van de aanduiding 'grondgebonden agrarisch bedrijf', mits deze gegroepeerd wordt binnen een oppervlakte van 1,5 ha; de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf met intensieve tak met bijbehorende bebouwing, ter plaatse van de aanduiding 'grondgebonden agrarisch bedrijf met intensieve tak', mits deze gegroepeerd wordt binnen een oppervlakte van 1,5 ha. 4.2.1.1 Bedrijfsgebouwen van gebouwenmag de goot- en bouwhoogte ten hoogste 4,5 m, respectievelijk 12 m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte bedragen. de oppervlakte van gebouwen ten behoeve van fokkerijen,mesterijen en/of pluimvee mag per bedrijf aangeduid met 'grondgebonden agrarisch bedrijf' en 'grondgebonden agrarische bedrijf met bestaandeintensieve tak' ten hoogste 250 m² dan wel ten hoogste de bestaandeoppervlakte bedragen indien deze meer bedraagt; de oppervlakte van gebouwen ten behoeve van fokkerijen,mesterijen en/of pluimvee mag per bedrijf aangeduid met 'agrarisch bedrijf' ten hoogte de bestaandeoppervalkte bedragen, vermeerderd met 250 m2 of ten hoogste 10 % van de bestaandeoppervlakte indien deze oppervlakte meer dan 2500m2 bedraagt; onder bedrijfsgebouwen zijn kassen toegestaan met een bouwhoogte van meer dan 1,2 m tot een oppervlakte van 1000m2. 4.2.1.2 Bedrijfswoningen Per bedrijf is ten hoogste één bedrijfswoning toegestaan. Wat betreft de regels van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 4.2.2; 4.2.1.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde De bouwhoogtevan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 12 m bedragenbinnen het genoemdeaaneengesloten oppervlak van 1,5 ha; Buiten het genoemde aaneengesloten oppervlak van 1,5 ha: is de bouw van kassen alleen toegestaan op gronden aangeduid met 'lage kassen toegestaan'en tot een bouwhoogtevan 1,2 m; is de bouw van overkappingen niet toegestaan; mogen uitsluitend andere bouwwerken, niet zijnde overkappingen en mest- en sleufsilo's, worden gebouwd tot een maximalebouwhoogte van 3 m. 4.2.1.4 Overige bepalingen De bebouwing dient per bedrijf te worden geconcentreerd binnen een denkbeeldige vierhoek. De uitbreidingsrichting dient aan te sluiten bij het aanwezige bebouwingspatroon, waarbij tevens rekening dient teworden gehouden met het uitzicht van woningen. 4.2.2 Bebouwing ten dienste van wonen 4.2.2.1 Bouwregels hoofdgebouw Ten behoeve van wonen is per met 'woning' aangeduid gebied ten hoogste één woning toegestaan; per met 'dubbele woning' aangeduid gebied zijn ten hoogste twee woningen toegestaan,uitsluitend in de vorm van twee-aaneen-gebouwde woningen dan wel in de vorm van twee wooneenheden in een voormalig agrarisch bedrijf; bij nieuwbouw dient het hoofdgebouw binnen 30 meter van de aanduiding 'woning' of 'dubbele woning' te worden gebouwd; de goothoogte bedraagt maximaal 3,5 m en de bouwhoogte maximaal 10 m, dan wel ten oogste de bestaandegoot- en bouwhoogte indien deze meer bedragen; de afstand tot de perceelsgrens bedraagt tenminste 2,5 m; het hoofdgebouw moet zijn voorzien van een kap, waarvan de helling minimaal 30° en maximaal60° dient te bedragen; bij verbouw dient te worden aangesloten bij de bestaandeverschijningsvorm; de  oppervlakte  van het  hoofdgebouw bedraagt  ten  hoogste 200 m², dan wel  de  bestaande oppervlakte indien deze groter is; In afwijking hiervan mag op de gronden aangeduid met 'straalpad' de hoogte van de bouwwerken niet meer bedragen dan de op de verbeeldingaangegeven hoogte. 4.2.2.2 Bouwregels bijgebouwen Voor het bouwen van bijgebouwen, waaronder begrepen aan- en uitbouwen, de volgende bepalingen gelden: De gezamenlijke oppervlakte aan aan- en bijgebouwen per hoofdgebouw bedragen maximaal: 1. 150 m2 bij een erf met een oppervlakte tot 1.500m2; 2. 175 m2 bij een erf met een oppervlakte vanaf 1.500m2 tot 2.000 m2; 3. 200 m2 bij een erf met een oppervlakte vanaf 2.000m2 en groter; met dien verstande dat: ten hoogste 50% van het bij het hoofdgebouw aansluitende erf mag worden bebouwd; de afstand tussen het hoofdgebouw en bijgebouwen maximaal 30 meter mag bedragen; de bouwhoogteniet meer dan 80% van de bouwhoogtevan het hoofdgebouw mag bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte in ieder geval 6 meter mag bedragen, ongeachtde bouwhoogte van het hoofdgebouw; de goothoogtebedraagt maximaal 3 m, dan wel de bestaandegoothoogte; aanbouwen en aangebouwdebijgebouwen mogen tot maximaal 100% van de oppervlakte van het hoofdgbouw plat worden afgedekt, indien de oppervlakte van aanbouwenen aangebouwde bijgebouwenmeer dan 100% van de oppervlakte van het hoofdgbouw bedraagt moeten deze voorzien zijn van een kap, waarvan de dakhelling niet minder dan 30°en niet meer dan 60° mag bedragen; een vrijstaande bijgebouw moet zijn voorzien van kap, waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; In aanvullingop het bepaalde onder sub a tot en met sub g is de bestaandemaatvoering toegestaan, met uitzondering van op het tijdstip van inwerking treden van het plan bestaande maatvoering die is gebouwd zonder vergunningen in strijd is met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Wanneer dit bestaande bijgebouw wordt gesloopt is voor de bebouwinghet bepaalde onder sub a tot en met sub g van toepassing, met uitzondering van de oppervlakte. Hiervoor geldt dat de bestaande overschrijding van het aantal vierkantemeters aan aan- en bijgebouwen terug mag worden gebouwd,tot een maximum van 500 m2 aan aan- en bijgebouwen. Hierbij zijn de m2'sdie bij recht zijn toegestaan inbegrepen; In afwijkinghiervan mag op de gronden aangeduid met 'straalpad' de hoogte van de bouwwerken niet meer bedragen dan de op de verbeelding aangegeven hoogte.

Rechtspraak bij dit artikel