Naar hoofdinhoud
Het nieuwe subsidiebeleid heeft als doel de subsidiemiddelen doelgericht in te zetten en krachtige en toekomstbestendige organisaties te realiseren. De volgende speerpunten staan centraal binnen het nieuwe beleid: 3.1. We koppelen subsidie aan onze maatschappelijke opgaven. Omdat wij als gemeente subsidie zien als een instrument voor het bereiken van onze maatschappelijke opgaven, koppelen we subsidie aan daaraan. De kern van die verandering is de omslag van ‘de vanzelfsprekendheid van subsidie’ naar ‘aantonen van een eigen maatschappelijke relevantie’, die gekoppeld is aan de maatschappelijke opgaven van de gemeente. Wij hebben onze maatschappelijke opgave op dit moment vastgelegd in het Collegeprogramma 2014-2018, het Regionaal beleidsplan Wmo 2015, het BRTA Jeugdhulp 2015, Visie voorschoolse voorzieningen, het Accommodatiebeleid en het recent ontwikkelde welzijnsbeleid. De volgende speerpunten staan hier steeds centraal: Het bevorderen van de kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid en vitaliteit in de kernen; Het bevorderen van de deelname en ontwikkelingsmogelijkheden van inwoners; Eigen kracht en zelfredzaamheid van inwoners benutten en zo nodig stimuleren; Hulp voor inwoners die kwetsbaar zijn; Meer inzetten op preventie en vroegsignalering: voorkomen in plaats van oplossen. 3.2. Eigen kracht Organisaties moeten eerst kijken wat ze zelf kunnen en wat ze samen met andere organisaties in onze gemeente kunnen realiseren. Wij willen een beroep doen op de zelfredzaamheid van organisaties en houden daarom rekening met het verwerven van eigen inkomsten en een redelijke bijdrage/contributie. 3.3. Wie meer bijdraagt, mag meer van ons verwachten Uitgangspunt is dat we extra inspanningen die gericht zijn op de maatschappelijke opgaven ook extra belonen. Daarbij houden wij bijvoorbeeld rekening met de (extra) personele inzet van vrijwilligers. Uiteraard zullen (vrijwilligers)organisaties in eerste instantie vanuit hun bestaande activiteiten een bijdrage kunnen leveren aan de gemeentelijke opgaven. Maar we willen hen ook uitdagen om aangrenzende en vernieuwende activiteiten te ontwikkelen die aansluiten bij de beleidsambitie van de gemeente. Ze worden bijvoorbeeld uitgedaagd om activiteiten nadrukkelijker aan te bieden, breder toegankelijk te maken of toegankelijk te maken voor doelgroepen met specifieke ondersteuningsbehoeften bijvoorbeeld in relatie tot het Wmobeleid. 3.4. Subsidie aan natuurlijke personen en kerken Subsidie aan (een groep van) natuurlijke personen Tot nu toe hebben wij (vrijwel) uitsluitend verleend aan organisaties met rechtspersoonlijkheid. Dat gaf een aantal voordelen zoals duidelijkheid over de doelstelling van de organisatie, duidelijkheid dat er geen sprake is van een privébelang, door de organisatievorm is continuïteit beter gewaarborgd en het is duidelijk wie er aansprakelijk is als dat nodig blijkt. Wij willen echter ook de mogelijkheid hebben om onder bepaalde voorwaarden incidentele subsidie te verlenen aan burgerinitiatieven die wij als kansrijk en passend beoordelen. Belangrijke voorwaarden zijn in ieder geval dat het om een beperkt bedrag gaat en er geen sprake mag zijn van een privébelang. Subsidie aan kerken Ook het oogpunt van scheiding van kerk en staat was ons beleid om geen subsidie te verlenen aan kerken en/of andere levensbeschouwelijke organisaties, ongeacht het doel waarvoor subsidie werd gevraagd. Kerken vervullen echter een belangrijke rol in het realiseren van de maatschappelijke opgaven van de gemeente. Wij willen daarom de mogelijkheid hebben om onder bepaalde voorwaarden subsidie te verlenen aan kerken of andere levensbeschouwelijke organisaties. Belangrijke voorwaarden hierbij zijn dat de activiteiten zich niet beperken tot leden van de betreffende organisatie, maar feitelijk voor een ieder toegankelijk zijn en dat de activiteiten niet gericht zijn op religieuze of levensbeschouwelijke vorming. 3.5. Wij willen krachtige en toekomstbestendige (vrijwilligers)organisaties. Wij handhaven de regeling voor projectsubsidies (een specifieke vorm van incidentele subsidie), die bestaat uit de impulssubsidie en de opleidingssubsidie. Impulssubsidie De impulssubsidie is bedoeld als stimulans om innovatieve activiteiten te organiseren die een nieuwe impuls kunnen geven aan een vereniging. Dit kan een activiteit zijn voor (een deel van) inwoners van Cromstrijen, maar ook een samenwerking met onderwijs, het jongerenwerk of voor een ledenwervingsactie. Opleidingssubsidie Het doel van de opleidingssubsidie is verdere professionalisering door het mogelijk maken voor leden / kader om een cursus of training te volgen. 3.6. We stimuleren samenwerking en nieuwe verbindingen Samenwerking tussen organisaties in Cromstrijen bevorderen wij. Voorstellen waarbij sprake is van samenwerking tussen partners hebben een streepje voor. 3.7. We werken met andere grondslagen en verdeelsleutels Historisch gegroeide subsidiegrondslagen zoals ledenaantallen of aantallen inwoners worden heroverwogen. Het subsidiebedrag wordt waar mogelijk gekoppeld aan gewenste activiteiten of resultaten. Er wordt niet – of zo min mogelijk – uitsluitend gesubsidieerd op basis van kosten/uitgaven. Wij willen een beroep doen op de zelfredzaamheid van organisaties en houden daarom rekening met het verwerven van eigen inkomsten en een redelijke bijdrage/contributie. 3.8 We ondersteunen ook op andere manieren Naast het verlenen van subsidie, ondersteunen wij onze vrijwilligersorganisaties ook op andere manieren. Bijvoorbeeld bij het krijgen van toegang tot specifieke deskundigheid, door het regelen van praktische zaken bij evenementen of bij communicatie en publiciteit.

Rechtspraak bij dit artikel