1.1.. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt, en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet (Pw) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

1.2.. In deze verordening wordt verstaan onder:

  • - rechthebbende:
    • - de minderjarige ten laste komende kinderen van 0 t/m 17 jaar inwonend bij ouder(s)/verzorger(s) in de gemeente Barendrecht met een laag besteedbaar inkomen tot 120% van de uitkeringsnorm Participatiewet van een alleenstaande (ouder) of samenwonende;
    • - de minderjarige ten laste komende kinderen van 0 t/m 17 jaar inwonend bij ouders in de gemeente Barendrecht, waarvan de ouder(s)/verzorger(s) is/zijn toegelaten tot het traject schuldhulpverlening bij de gemeente (minnelijk) of een wettelijk schuldtraject ingevolge de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP);
  • - inkomen: het inkomen, bedoeld in de artikelen 32 en 33 van de Participatiewet zonder toepassing kostendelersnorm;
  • - ten laste komend kind: is een eigen-, stief-, pleeg- of geadopteerd kind onder de 18 jaar, waar de (pleeg)ouder financieel verantwoordelijk voor is, in Nederland woont en waar de (pleeg)ouder kinderbijslag voor kan krijgen;
  • - kindpakket: een door het college vastgesteld pakket van voorzieningen die kinderen in natura kunnen krijgen zodat ze volwaardig mee kunnen doen op school en daarbuiten;
  • - in natura: een verstrekking van een gebruiksvoorwerp of van een voorziening waarbij het college de kosten van de verstrekking/voorziening betaalt aan de leverende organisatie en de verstrekking/voorziening ter beschikking stelt aan het kind;
  • - bijstandsnorm: de norm, bedoeld in artikel 5, onder c, van de Participatiewet; echter zonder toepassing van de kostendelersnorm;
  • - college: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Barendrecht;
  • - uitvoerder: externe partij die de regeling namens de gemeente uitvoert.