Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3

- Bevoegdheid tot het geven van een waarschuwing

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2020

1.. Het college maakt gebruik van zijn bevoegdheid om te volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht indien: de schending van de inlichtingenplicht niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag; of, het benadelingsbedrag niet hoger is dan € 150,00; of, de belanghebbende onjuiste, onvolledige of geen inlichtingen heeft verstrekt, maar hij binnen een redelijke termijn van zestig dagen vanaf het moment dat de inlichtingen hadden moeten worden verstrekt, alsnog uit eigen beweging de juiste inlichtingen verstrekt voordat de overtreding is geconstateerd. 2.. In afwijking van het eerste lid onder c geeft het college geen schriftelijke waarschuwing wanneer de betreffende persoon deze inlichtingen heeft verstrekt in het kader van toezicht op de naleving van een inlichtingenplicht. 3.. In afwijking van het eerste lid geeft het college ook geen schriftelijke waarschuwing wanneer aan de betreffende persoon binnen een periode van twee jaar voorafgaand aan de geconstateerde schending van de inlichtingenplicht: een schriftelijke waarschuwing is gegeven wegens een voorgaande schending van de inlichtingenplicht: of, een boete is opgelegd wegens een voorgaande schending van de inlichtingenplicht: of, het Openbaar Ministerie tot strafvervolging is overgegaan wegens een voorafgaande schending van de inlichtingenplicht. 4.. Het bepaalde in het tweede en derde lid is ook van toepassing wanneer de boete of de schriftelijke waarschuwing gegeven is op basis van een andere wettelijke regeling of door een andere uitvoeringsorganisatie.

Rechtspraak bij dit artikel