**1..** In het geval van een lichte procedure met een benadelingsbedrag minder dan € 340 stelt het college een boeterapport op. Het college is hierbij niet verplicht de zienswijze van belanghebbende te vragen.
**2..** Wanneer er een waarschuwing wordt opgelegd, wordt belanghebbende niet in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze in te dienen.
**3..** Bij het volgen van de lichte procedure vindt de boeteoplegging plaats door de ambtenaar die de schending van de inlichtingenplicht heeft geconstateerd.
**4..** In het geval van een zware procedure met een benadelingsbedrag hoger dan € 340 stelt het college een boeterapport op en vraagt de zienswijze van de belanghebbende.
**5..** Wanneer de belanghebbende in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen kan hij dit binnen veertien dagen na uitnodiging schriftelijk doen of binnen diezelfde veertien dagen kenbaar maken dat hij zijn zienswijze mondeling naar voren wil brengen.
**6..** Indien de belanghebbende geen gebruik maakt van de mogelijkheid zijn zienswijze kenbaar te maken, gaat het college uit van normale verwijtbaarheid, tenzij uit onderzoek van het college is gebleken dat er redenen zijn om hiervan af te wijken.
**7..** In de beschikking tot het opleggen van de boete reageert het college op de zienswijze van de belanghebbende en vermeldt:
de geconstateerde overtreding;
het bedrag van de boete;
de wijze waarop de hoogte van de boete is bepaald;
indien van toepassing: de reden waarom de zienswijze geen aanleiding geeft af te zien van een boeteoplegging.
**8..** Indien het college na ontvangst van de zienswijze besluit geen boete op te leggen, stelt het de belanghebbende hiervan middels een beschikking op de hoogte en vermeldt:
de geconstateerde overtreding; en,
de reden waarom het college afziet van boeteoplegging.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4
Lichte en zware procedure boete
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2020