Beoordelingscriteria

Uitgangspunt

Het behoud van bestaand metselwerk is het uitgangspunt. Vervanging is alleen mogelijk als het metselwerk geen onderlinge samenhang meer vertoont en scheurvorming het herstel verhindert.

Technische aanwijzingen

Vergunningsplicht

Plaatselijk inboeten van gevelmetselwerk is tot maximaal 1 m² per gevel vergunningvrij. Het vervangen van grotere delen metselwerk is vergunningsplichtig.

Uitvoeringseisen

  • - De nieuwe stenen moeten qua hardheid hygroscopische eigenschappen, formaat, kleur en textuur aansluiten bij het bestaande metselwerk. Stenen die qua hardheid en hygroscopische eigenschappen afwijken kunnen het omliggende muurwerk beschadigen.
  • - Bij schoon metselwerk moeten nieuw in te boeten bakstenen worden bemonsterd voordat ze worden verwerkt.
  • - Het verband waarin de stenen worden verwerkt moet hetzelfde zijn als in de bestaande situatie.
  • - De metselmortel moet qua samenstelling aangepast zijn aan de hardheid en vochtopname van het bestaande metselwerk. Een veel voorkomend verschijnsel is het vervangen van een kalkmortel door cement. Cement is te star voor kalkhoudend metselwerk waardoor de hechting vaak niet goed is. De voeg kan dan los komen en/of schade aan het omliggende werk veroorzaken.
  • - Roestende metalen elementen in de gevel moeten worden ontroest en metalen restanten zonder functie (of decoratieve waarde) moeten worden verwijderd. Roestend metaal zet uit en kan het metselwerk kapot drukken en daarmee de gevel beschadigen.
  • - De nieuw in te brengen metselstenen en de bestaande gevel moeten zo vochtig zijn of vochtig gemaakt worden dat er geen vochtuitwisseling met het bestaande metselwerk optreedt.