Beoordelingscriteria
Uitgangspunten
- - Het dak en het historische daklandschap zijn zeer belangrijke onderdelen van het monument en het historische stads- dorps- en landschapsbeeld. Dak-opbouwen en andere voorzieningen in en op het dak kunnen het daklandschap en het silhouet van het pand verstoren. Het is daarom van belang de oorspronkelijke kapvorm te handhaven en nieuwe voorzieningen in de kap zoveel mogelijk te beperken. Ook een voorziening die vanaf openbaar gebied niet zichtbaar is, kan wegens verstoring van de dakvorm toch onwenselijk zijn.
- - Historische voorzieningen in het dak zoals oude dakkapellen en schoorstenen dragen bij aan het aanzien van het dak. Het behoud van deze onderdelen is uitgangspunt. Het voordeel hiervan is dat bestaande rookkanalen en schoorstenen zeer geschikt zijn voor het wegwerken van moderne rookgasafvoeren, beluchtingskanalen etc.
Functionele toets
- - Voorzieningen moeten tussen de spanten worden aangebracht.
- - Voorzieningen in het dak mogen niet boven vlieringniveau worden aangebracht. Als een kap geen vliering heeft, wordt de nieuwe voorziening -bij kappen tot 10 rijen pannen tussen de goot en de nok- minimaal 3 pannen uit de nok aangebracht; bij kappen met 10 en 11 rijen pannen tussen de goot en nok, blijft de voorziening minimaal 4 pannen uit de nok en bij kappen met 12 rijen pannen of meer, minimaal 5 pannen uit de nok.
- - Dakterrassen op monumenten buiten een beschermd dorpsgezicht zijn toegestaan op platte daken wanneer ze niet zichtbaar zijn vanaf openbaar gebied.
- - Dakterrassen zijn niet toegestaan op het hoofdvolume van monumenten in een beschermd dorpsgezicht.
- - In of op wolfeinden zijn voorzieningen niet toegestaan.
- - Loggia’s in daken zijn niet toegestaan.
- - Installaties mogen niet zichtbaar zijn vanaf openbaar gebied.
- - Zendmasten of -installaties zijn op monumenten in principe niet toegestaan.
- - Bij langsdaken (dakrichting haaks op de straat) mag de som van de voorzieningen in het dak (dakkapellen, dakvensters etc.) maximaal 1/3 van de lengterichting van het dakvlak beslaan.
- - Bij langsdaken moeten de voorzieningen bij voorkeur in de lengterichting midden in het dakvlak worden aangebracht, waarbij de voorziening een kwart van de lengterichting uit de voor- en achtergevel blijft.
- - Op dwarsdaken (dakrichting evenwijdig aan de straat) zijn dakkapellen toegestaan wanneer dit past bij de typologie en de architectuur van het pand. Bij dakvlakken in het zicht waarbij de geslotenheid een wezenlijk onderdeel is van de architectonische verschijningsvorm zijn dakkappellen en dakvensters in beginsel niet toegestaan.
Technische aanwijzingen
Vergunningsplicht
- - Het aanbrengen of vervangen van voorzieningen in daken is vergunningsplichtig.