**1..** De zorg voor een kind kan zo zwaar worden dat van overbelasting sprake is. Klachten en symptomen die op overbelasting kunnen wijzen, zonder dat van een stoornis in psychische zin sprake hoeft te zijn, zijn:
Angst of gespannenheid
Depressie
Gedragsproblemen
Lichamelijke klachten, verminderde prestaties of concentratieproblemen.
**2..** In de meeste gevallen is het inzetten van jeugdhulp voor het gedeelte van de zorg die de gebruikelijke hulp overstijgt (boven gebruikelijke hulp/zorg), voldoende om deze overbelasting te voorkomen. Maar soms blijkt dit niet voldoende te zijn. In dat geval wordt van ouders minder of in het geheel geen gebruikelijke hulp verwacht. Totdat deze (dreigende) overbelasting is opgeheven kan een individuele voorziening worden ingezet.
**3..** De inzet van jeugdhulp bij (dreigende) overbelasting is altijd tijdelijk. Van ouder(s) wordt verwacht dat zij een plan van aanpak opstellen om de (dreigende) overbelasting aan te pakken en dat zij in de tijd dat jeugdhulp wordt gegeven werken aan dit plan.
**4..** Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg die iemand aan het kind biedt. Bij overbelasting door een dienstverband van teveel uren of als gevolg van spanningen op het werk, zal de oplossing in de eerste plaats gezocht moeten worden in minder uren gaan werken of aanpak van de spanningen op het werk.
**5..** Wanneer de geldigheidsduur van de indicatie is verlopen en een herindicatie wordt aangevraagd, zal worden gekeken of en welke inspanningen zijn gedaan om de overbelasting terug te dringen.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.2